BWBR0026952
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 3.8.13
Subsidieregeling energie en innovatie
1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien niet aannemelijk is gemaakt dat de industriële onderneming die de restwarmte levert, geen rendabele mogelijkheden heeft om diezelfde restwarmte binnen de interne processen te benutten.
2. De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:
a. de industriële onderneming die de restwarmte levert aan de subsidieaanvrager een glastuinbouwbedrijf is;
b. indien op het bestaande warmtenet waarop hernieuwbare warmte wordt ingevoed uitsluitend glastuinbouwbedrijven als afnemers zijn aangesloten.
3. Geen subsidie wordt verstrekt indien de aanvragersubsidie op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductieheeft aangevraagd of is verleend voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt geproduceerd door verwerking van biomassa en voor het invoeden van warmte uit diezelfde installatie op een warmtenet subsidie op grond van deze paragraaf wordt aangevraagd of is verleend.
2. De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:
a. de industriële onderneming die de restwarmte levert aan de subsidieaanvrager een glastuinbouwbedrijf is;
b. indien op het bestaande warmtenet waarop hernieuwbare warmte wordt ingevoed uitsluitend glastuinbouwbedrijven als afnemers zijn aangesloten.
3. Geen subsidie wordt verstrekt indien de aanvragersubsidie op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductieheeft aangevraagd of is verleend voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt geproduceerd door verwerking van biomassa en voor het invoeden van warmte uit diezelfde installatie op een warmtenet subsidie op grond van deze paragraaf wordt aangevraagd of is verleend.