BWBR0026952
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 2.3.9
Subsidieregeling energie en innovatie
1. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:
a. het project technologisch innovatiever is ten opzichte van de huidige praktijk in Nederland;
b. het project meer bijdraagt aan de verduurzaming van de energiehuishouding in absolute en relatieve CO2 reductie of PJ per jaar op projectniveau;
c. het project meer herhalingspotentieel bezit, gebaseerd op kostprijsontwikkeling en marktverwachting;
d. het samenwerkingsverband van een betere kwaliteit is, de slaagkans van het project groter is en de kennisoverdracht een structureler onderdeel is van de demonstratie.
2. Voor de rangschikking weegt het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eenmaal, en het gewogen gemiddelde van de criteria, genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, twee maal.
a. het project technologisch innovatiever is ten opzichte van de huidige praktijk in Nederland;
b. het project meer bijdraagt aan de verduurzaming van de energiehuishouding in absolute en relatieve CO2 reductie of PJ per jaar op projectniveau;
c. het project meer herhalingspotentieel bezit, gebaseerd op kostprijsontwikkeling en marktverwachting;
d. het samenwerkingsverband van een betere kwaliteit is, de slaagkans van het project groter is en de kennisoverdracht een structureler onderdeel is van de demonstratie.
2. Voor de rangschikking weegt het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, eenmaal, en het gewogen gemiddelde van de criteria, genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, twee maal.