BWBR0026952
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 3.5.10
Subsidieregeling energie en innovatie
1. De Minister van LNV beslist afwijzend op een aanvraag voor zover hij van oordeel is dat anders zou worden gehandeld in strijd met de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. De Minister van LNV rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:
a. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer bijdraagt aan de ontwikkeling en demonstratie van bioraffinagefaciliteiten, die leiden tot meerdere vermarktbare producten;
b. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer bijdraagt aan een verduurzaming van de grondstofvoorziening voor de industrie (bijv. chemische) en de energiesector;
c. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer herhalings- en opschalingspotentieel bezit, gebaseerd op kostprijsontwikkeling en marktverwachting;
d. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage technologisch innovatiever is ten opzichte van de huidige nationale en internationale praktijk.
3. Voor de rangschikking weegt het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde criterium mee voor 35/100, het in het tweede lid, onderdeel b, genoemde criterium voor 30/100, het in het tweede lid, onderdeel c, genoemde criterium voor 20/100 en het in het tweede lid, onderdeel d, genoemde criterium voor 15/100. Er geldt een drempel van 60 van de 100 punten.
2. De Minister van LNV rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:
a. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer bijdraagt aan de ontwikkeling en demonstratie van bioraffinagefaciliteiten, die leiden tot meerdere vermarktbare producten;
b. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer bijdraagt aan een verduurzaming van de grondstofvoorziening voor de industrie (bijv. chemische) en de energiesector;
c. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage meer herhalings- en opschalingspotentieel bezit, gebaseerd op kostprijsontwikkeling en marktverwachting;
d. het demonstratieproject bioraffinage of het pilotproject bioraffinage technologisch innovatiever is ten opzichte van de huidige nationale en internationale praktijk.
3. Voor de rangschikking weegt het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde criterium mee voor 35/100, het in het tweede lid, onderdeel b, genoemde criterium voor 30/100, het in het tweede lid, onderdeel c, genoemde criterium voor 20/100 en het in het tweede lid, onderdeel d, genoemde criterium voor 15/100. Er geldt een drempel van 60 van de 100 punten.