BWBR0026952
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 3.4.1
Subsidieregeling energie en innovatie
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
– aardwarmte: aardwarmte in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Mijnbouwwet;
– aardwarmteproject: het mogelijk maken van de winning en toepassing van aardwarmte met een diepte van de top van de aquifer van ten minste 500 meter tot ten hoogste 3500 meter, door het boren van een doublet of een half doublet zonder putstimulatie en het plaatsen van een pompinstallatie;
– alternatiefwerkzaamheden: activiteiten om het alternatief gebruik van een put met een lager dan verwacht gerealiseerd vermogen in MW mogelijk te maken;
– alternatief gebruik: het gebruiken van een aardwarmteput voor andere doeleinden dan het overeenkomstig de aanvraag winnen en toepassen van aardwarmte;
– diep aardwarmteproject: het mogelijk maken van de winning en toepassing van aardwarmte vanaf ten minste 3500 meter diepte van de top van de aquifer door het boren van een doublet of een half doublet zonder putstimulatie en het plaatsen van een pompinstallatie;
– doublet: een productieput en een injectieput;
– geologisch onderzoek: geologisch onderzoek, inclusief het rapport opgesteld overeenkomstig het model in bijlage D bij bijlage 3.4.1;
– geologisch risico: het risico op een te laag gerealiseerd vermogen voor zover dit te wijten is aan specifieke aquifer parameters bestaande uit: a. de bruto aquiferdikte,
b. de netto-bruto verhouding van de aquifer,
c. de aquifer permeabiliteit,
d. de diepte van de top van de aquifer,
e. de saliniteit van het formatiewater, of
f. de geothermische gradient;
a. de bruto aquiferdikte,
b. de netto-bruto verhouding van de aquifer,
c. de aquifer permeabiliteit,
d. de diepte van de top van de aquifer,
e. de saliniteit van het formatiewater, of
f. de geothermische gradient;
– gerealiseerde subsidiabele kosten: de rechtstreeks aan het aardwarmteproject toe te rekenen, door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde subsidiabele kosten;
– gerealiseerd vermogen: het uit de puttest gebleken werkelijke vermogen in MW, met een correctie op skin = 0;
– half-doublet: de eerste put van een doublet;
– maximale subsidiebedrag: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag, bestaande uit 85 procent van de verwachte subsidiabele kosten met een maximum van € 7.225.000 voor een aardwarmteproject en € 12.750.000 voor een diep aardwarmteproject;
– niet-geologische parameters: de niet-geologische parameters, genoemd in de tabel in hoofdstuk 1, paragraaf 1.1, van het geologisch onderzoek;
– puttest: test van het vermogen van de put of putten, uitgevoerd en geïnterpreteerd overeenkomstig bijlage B bij bijlage 3.4.2;
– putstimulatie: het uitvoeren van technieken die leiden tot een verlaagde weerstand voor het toestromen van vloeistof van het reservoir naar de put of vice versa, zodat de productiviteit of injectiviteit van de put wordt verhoogd;
– restwaarde: de opbrengst van het project bij de economisch meest rendabele alternatieve toepassing gedurende 15 jaar;
– verbeterwerkzaamheden: werkzaamheden aan de productieput, injectieput of pompinstallatie om het gerealiseerde vermogen van het doublet in MW te verhogen;
– verwachte subsidiabele kosten: de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiabele kosten;
– verwacht vermogen: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde verwacht vermogen in MW.
– aardwarmte: aardwarmte in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Mijnbouwwet;
– aardwarmteproject: het mogelijk maken van de winning en toepassing van aardwarmte met een diepte van de top van de aquifer van ten minste 500 meter tot ten hoogste 3500 meter, door het boren van een doublet of een half doublet zonder putstimulatie en het plaatsen van een pompinstallatie;
– alternatiefwerkzaamheden: activiteiten om het alternatief gebruik van een put met een lager dan verwacht gerealiseerd vermogen in MW mogelijk te maken;
– alternatief gebruik: het gebruiken van een aardwarmteput voor andere doeleinden dan het overeenkomstig de aanvraag winnen en toepassen van aardwarmte;
– diep aardwarmteproject: het mogelijk maken van de winning en toepassing van aardwarmte vanaf ten minste 3500 meter diepte van de top van de aquifer door het boren van een doublet of een half doublet zonder putstimulatie en het plaatsen van een pompinstallatie;
– doublet: een productieput en een injectieput;
– geologisch onderzoek: geologisch onderzoek, inclusief het rapport opgesteld overeenkomstig het model in bijlage D bij bijlage 3.4.1;
– geologisch risico: het risico op een te laag gerealiseerd vermogen voor zover dit te wijten is aan specifieke aquifer parameters bestaande uit: a. de bruto aquiferdikte,
b. de netto-bruto verhouding van de aquifer,
c. de aquifer permeabiliteit,
d. de diepte van de top van de aquifer,
e. de saliniteit van het formatiewater, of
f. de geothermische gradient;
a. de bruto aquiferdikte,
b. de netto-bruto verhouding van de aquifer,
c. de aquifer permeabiliteit,
d. de diepte van de top van de aquifer,
e. de saliniteit van het formatiewater, of
f. de geothermische gradient;
– gerealiseerde subsidiabele kosten: de rechtstreeks aan het aardwarmteproject toe te rekenen, door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde subsidiabele kosten;
– gerealiseerd vermogen: het uit de puttest gebleken werkelijke vermogen in MW, met een correctie op skin = 0;
– half-doublet: de eerste put van een doublet;
– maximale subsidiebedrag: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag, bestaande uit 85 procent van de verwachte subsidiabele kosten met een maximum van € 7.225.000 voor een aardwarmteproject en € 12.750.000 voor een diep aardwarmteproject;
– niet-geologische parameters: de niet-geologische parameters, genoemd in de tabel in hoofdstuk 1, paragraaf 1.1, van het geologisch onderzoek;
– puttest: test van het vermogen van de put of putten, uitgevoerd en geïnterpreteerd overeenkomstig bijlage B bij bijlage 3.4.2;
– putstimulatie: het uitvoeren van technieken die leiden tot een verlaagde weerstand voor het toestromen van vloeistof van het reservoir naar de put of vice versa, zodat de productiviteit of injectiviteit van de put wordt verhoogd;
– restwaarde: de opbrengst van het project bij de economisch meest rendabele alternatieve toepassing gedurende 15 jaar;
– verbeterwerkzaamheden: werkzaamheden aan de productieput, injectieput of pompinstallatie om het gerealiseerde vermogen van het doublet in MW te verhogen;
– verwachte subsidiabele kosten: de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiabele kosten;
– verwacht vermogen: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde verwacht vermogen in MW.