BWBR0026952
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 3.5.2
Subsidieregeling energie en innovatie
1. De Minister van LNV verstrekt op aanvraag een subsidie aan:
a. een ondernemer voor een demonstratieproject bioraffinage dat past in een of meerdere bioraffinage thema's waarin: 1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
b. een ondernemer voor een pilotproject bioraffinage dat past in een of meerdere bioraffinage thema's waarin: 1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
c. een deelnemer in een samenwerkingsverband die een in sub a of b genoemd project bioraffinage uitvoert.
2. Bioraffinage thema's als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. bioraffinage van Nederlandse gewassen;
b. bioraffinage van geïmporteerde biomassa rond Nederlandse havens;
c. bioraffinage van afval- en reststromen;
d. bioraffinage van aquatische biomassa.
3. Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. projecten die betrekking hebben op de productie van biomassa en teelt van aquatische biomassa;
b. projecten die uitsluitend betrekking hebben op de productie van biobrandstoffen of energie;
c. projecten die betrekking hebben op ontwikkeling en demonstratie van zogenaamde eerste generatie biobrandstoftechnologie.
4. De productie van biobrandstoffen kan slechts onderdeel uitmaken van een demonstratieproject bioraffinage of een pilotproject bioraffinage, indien:
a. het project betrekking heeft op de geïntegreerde co-productie van biobrandstoffen met andere vermarktbare producten, zoals voedsel, veevoer, chemicaliën en energie;
b. het biobrandstoffendeel betrekking heeft op de productie van geavanceerde biobrandstoffen.
a. een ondernemer voor een demonstratieproject bioraffinage dat past in een of meerdere bioraffinage thema's waarin: 1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
b. een ondernemer voor een pilotproject bioraffinage dat past in een of meerdere bioraffinage thema's waarin: 1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
1°. nieuwe kennis of technologie wordt ontwikkeld en/of toegepast, of
2°. nieuwe combinaties van bestaande kennis en technologieën worden toegepast;
c. een deelnemer in een samenwerkingsverband die een in sub a of b genoemd project bioraffinage uitvoert.
2. Bioraffinage thema's als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. bioraffinage van Nederlandse gewassen;
b. bioraffinage van geïmporteerde biomassa rond Nederlandse havens;
c. bioraffinage van afval- en reststromen;
d. bioraffinage van aquatische biomassa.
3. Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. projecten die betrekking hebben op de productie van biomassa en teelt van aquatische biomassa;
b. projecten die uitsluitend betrekking hebben op de productie van biobrandstoffen of energie;
c. projecten die betrekking hebben op ontwikkeling en demonstratie van zogenaamde eerste generatie biobrandstoftechnologie.
4. De productie van biobrandstoffen kan slechts onderdeel uitmaken van een demonstratieproject bioraffinage of een pilotproject bioraffinage, indien:
a. het project betrekking heeft op de geïntegreerde co-productie van biobrandstoffen met andere vermarktbare producten, zoals voedsel, veevoer, chemicaliën en energie;
b. het biobrandstoffendeel betrekking heeft op de productie van geavanceerde biobrandstoffen.