BWBR0024452
Geldig vanaf 2009-11-11
Artikel 8.8
Tijdelijke energieregeling markt en innovatie
1. De artikelen 10 tot en met 14a van het Kaderbesluit EZ-subsidieszijn niet van toepassing.
2. Voor subsidie komen in aanmerking de ondergrondse investeringskosten, bestaande uit:
– kosten boring productie- en injectieput;
– kosten op- en afbouwen boorinstallatie;
– kosten boormanagement en -toezicht;
– kosten locatie boorgereed maken;
– cuttings/spoeling afvoeren;
– kosten puttest en rapportage;
– kosten onvoorzien.
3. Voor subsidie komt in aanmerking een vast bedrag van € 500.000 voor het plaatsen van een pompinstallatie of het dichten van de put of putten.
4. Indien het verwacht vermogen 5 5/6 MW of kleiner is bedraagt het totaal van de in het tweede en derde lid genoemde subsidiabele kosten maximaal € 7.000.000.
5. Voor zover kosten uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd van overheidswege komen zij niet in aanmerking voor subsidie.
6. Bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidiesblijven de subsidies op grond van de bepalingen hoofdstuk 2 van bijlage 2bij de artikelen 2:37, eerste lid, 2:38en 2:40, vierde lid van de Regeling LNV-subsidies, de Unieke kansen regeling en hoofdstuk 3van deze regeling en bijdragen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen buiten beschouwing.
7. Bijdragen van gemeenten en provincies worden aangemerkt als publieke cofinanciering, en blijven bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidiesbuiten beschouwing.
2. Voor subsidie komen in aanmerking de ondergrondse investeringskosten, bestaande uit:
– kosten boring productie- en injectieput;
– kosten op- en afbouwen boorinstallatie;
– kosten boormanagement en -toezicht;
– kosten locatie boorgereed maken;
– cuttings/spoeling afvoeren;
– kosten puttest en rapportage;
– kosten onvoorzien.
3. Voor subsidie komt in aanmerking een vast bedrag van € 500.000 voor het plaatsen van een pompinstallatie of het dichten van de put of putten.
4. Indien het verwacht vermogen 5 5/6 MW of kleiner is bedraagt het totaal van de in het tweede en derde lid genoemde subsidiabele kosten maximaal € 7.000.000.
5. Voor zover kosten uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd van overheidswege komen zij niet in aanmerking voor subsidie.
6. Bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidiesblijven de subsidies op grond van de bepalingen hoofdstuk 2 van bijlage 2bij de artikelen 2:37, eerste lid, 2:38en 2:40, vierde lid van de Regeling LNV-subsidies, de Unieke kansen regeling en hoofdstuk 3van deze regeling en bijdragen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen buiten beschouwing.
7. Bijdragen van gemeenten en provincies worden aangemerkt als publieke cofinanciering, en blijven bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidiesbuiten beschouwing.