BWBR0024452
Geldig vanaf 2009-11-11
Artikel 9.1
Tijdelijke energieregeling markt en innovatie
1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
– biomassa: landbouwgewassen, organische reststromen zijnde dierlijk en plantaardig, landbouwreststromen, bosbouw reststromen, hout en aquatische biomassa;
– bioraffinage: technologie of combinatie van technologieën waarbij biomassa op duurzame wijze wordt omgezet in een cascade van vermarktbare producten: voedsel, veevoer, chemicaliën, brandstof en energie op een economisch gezonde basis met een minimale afvalproductie;
– demonstratieproject bioraffinage: een project waarbij installaties voor een bioraffinaderij aangeschaft, voortgebracht, geïnstalleerd, en doorontwikkeld worden tot continue bedrijfsvoering;
– duurzaam: economisch bestendige reductie van het gebruik van fossiele grond- en brandstoffen met minimale gevolgen voor het milieu en rekening houdend met socio-economische aspecten;
– geavanceerde biobrandstoffen: biobrandstoffen die door de keuze voor nieuwe grondstof-omzettingsproces-combinaties een hoge CO2eq-ketenprestatie halen met minimale inzet van biomassa en als gevolg minimale concurrentie met de voedingsketen. Aspecten van geavanceerde biobrandstoffen zijn: a. beter milieurendement c.q. duurzamer, niet ten koste van andere milieudoelen (zie duurzaamheidscriteria in het Toetsingskader duurzame biomassa);
b. op termijn van 5–10 jaar concurrerend op kosten met huidige grondstof-proces-combinaties;
c. brede toepasbaarheid in huidig en toekomstig wagenpark;
a. beter milieurendement c.q. duurzamer, niet ten koste van andere milieudoelen (zie duurzaamheidscriteria in het Toetsingskader duurzame biomassa);
b. op termijn van 5–10 jaar concurrerend op kosten met huidige grondstof-proces-combinaties;
c. brede toepasbaarheid in huidig en toekomstig wagenpark;
– Minister van LNV: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– pilotproject bioraffinage: verwerven, combineren, vormgeven of gebruiken van bestaande of niet bestaande kennis en vaardigheden op het gebied van bioraffinage ten behoeve van het ontwikkelen en bouwen van een prototype en het experimenteren hiermee;
– referentiekosten: Kosten voor een investering ten behoeve van een in Nederland gangbaar systeem, apparaat of techniek die in technisch opzicht vergelijkbaar is met het uit te voeren pilotproject bioraffinage of demonstratieproject bioraffinage maar waarmee niet hetzelfde niveau van milieubescherming kan worden bereikt als met het uit te voeren project, bij vergelijkbare productiecapaciteit;
2. Op dit hoofdstuk is hoofdstuk 1van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
3. Dit hoofdstuk berust op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies.
– biomassa: landbouwgewassen, organische reststromen zijnde dierlijk en plantaardig, landbouwreststromen, bosbouw reststromen, hout en aquatische biomassa;
– bioraffinage: technologie of combinatie van technologieën waarbij biomassa op duurzame wijze wordt omgezet in een cascade van vermarktbare producten: voedsel, veevoer, chemicaliën, brandstof en energie op een economisch gezonde basis met een minimale afvalproductie;
– demonstratieproject bioraffinage: een project waarbij installaties voor een bioraffinaderij aangeschaft, voortgebracht, geïnstalleerd, en doorontwikkeld worden tot continue bedrijfsvoering;
– duurzaam: economisch bestendige reductie van het gebruik van fossiele grond- en brandstoffen met minimale gevolgen voor het milieu en rekening houdend met socio-economische aspecten;
– geavanceerde biobrandstoffen: biobrandstoffen die door de keuze voor nieuwe grondstof-omzettingsproces-combinaties een hoge CO2eq-ketenprestatie halen met minimale inzet van biomassa en als gevolg minimale concurrentie met de voedingsketen. Aspecten van geavanceerde biobrandstoffen zijn: a. beter milieurendement c.q. duurzamer, niet ten koste van andere milieudoelen (zie duurzaamheidscriteria in het Toetsingskader duurzame biomassa);
b. op termijn van 5–10 jaar concurrerend op kosten met huidige grondstof-proces-combinaties;
c. brede toepasbaarheid in huidig en toekomstig wagenpark;
a. beter milieurendement c.q. duurzamer, niet ten koste van andere milieudoelen (zie duurzaamheidscriteria in het Toetsingskader duurzame biomassa);
b. op termijn van 5–10 jaar concurrerend op kosten met huidige grondstof-proces-combinaties;
c. brede toepasbaarheid in huidig en toekomstig wagenpark;
– Minister van LNV: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– pilotproject bioraffinage: verwerven, combineren, vormgeven of gebruiken van bestaande of niet bestaande kennis en vaardigheden op het gebied van bioraffinage ten behoeve van het ontwikkelen en bouwen van een prototype en het experimenteren hiermee;
– referentiekosten: Kosten voor een investering ten behoeve van een in Nederland gangbaar systeem, apparaat of techniek die in technisch opzicht vergelijkbaar is met het uit te voeren pilotproject bioraffinage of demonstratieproject bioraffinage maar waarmee niet hetzelfde niveau van milieubescherming kan worden bereikt als met het uit te voeren project, bij vergelijkbare productiecapaciteit;
2. Op dit hoofdstuk is hoofdstuk 1van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
3. Dit hoofdstuk berust op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies.