BWBR0024452
Geldig vanaf 2009-11-11
Artikel 11.6
Tijdelijke energieregeling markt en innovatie
1. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, zodanig dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate het meer bijdraagt aan de criteria omtrent:
a. technologische innovatie;
b. duurzaamheid;
c. technologische samenwerking;
d. economisch perspectief.
2. Als criteria voor technologische innovatie, duurzaamheid, technologische samenwerking en economisch perspectief als bedoeld in het eerste lid worden respectievelijk vastgesteld:
a. de mate waarin wordt bijgedragen aan technologische vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van bestaande technologieën, met name gericht op offshore windturbine ontwikkelingen en daarbij behorende ondersteuningsconstructies;
b. de mate waarin wordt bijgedragen aan verduurzaming van de energiehuishouding, met name in Nederland, in vermeden PJ’s of vermeden CO2-emissies in 2020 en in 2025;
c. de mate van doelmatigheid en doeltreffendheid van een eventueel samenwerkingsverband en de expertise van de partijen die het project uitvoeren, waaronder mede verstaan de leveranciers;
d. de mate waarin de projectresultaten bijdragen aan de kostprijsdaling van windenergie op zee en economische meerwaarde creëren in Nederland.
3. Voor de rangschikking wegen de criteria genoemd in het eerste lid even zwaar.
a. technologische innovatie;
b. duurzaamheid;
c. technologische samenwerking;
d. economisch perspectief.
2. Als criteria voor technologische innovatie, duurzaamheid, technologische samenwerking en economisch perspectief als bedoeld in het eerste lid worden respectievelijk vastgesteld:
a. de mate waarin wordt bijgedragen aan technologische vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van bestaande technologieën, met name gericht op offshore windturbine ontwikkelingen en daarbij behorende ondersteuningsconstructies;
b. de mate waarin wordt bijgedragen aan verduurzaming van de energiehuishouding, met name in Nederland, in vermeden PJ’s of vermeden CO2-emissies in 2020 en in 2025;
c. de mate van doelmatigheid en doeltreffendheid van een eventueel samenwerkingsverband en de expertise van de partijen die het project uitvoeren, waaronder mede verstaan de leveranciers;
d. de mate waarin de projectresultaten bijdragen aan de kostprijsdaling van windenergie op zee en economische meerwaarde creëren in Nederland.
3. Voor de rangschikking wegen de criteria genoemd in het eerste lid even zwaar.