BWBR0024452
Geldig vanaf 2009-11-11
Artikel 8.10
Tijdelijke energieregeling markt en innovatie
1. De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidiesis twee jaar.
2. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. uit het geologisch onderzoek blijkt dat de geschatte kans op het realiseren van het verwachte vermogen kleiner is dan 90%;
b. op het moment van indiening van de aanvraag om subsidie geen vergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet is afgegeven voor het betreffende gebied;
c. in het projectplan niet aannemelijk is gemaakt dat het aardwarmteproject binnen twee jaar na voltooiing van de boringen zal leiden tot de start van toepassing van aardwarmte in Nederland;
d. het verwacht vermogen lager is dan 2 MW.
2. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. uit het geologisch onderzoek blijkt dat de geschatte kans op het realiseren van het verwachte vermogen kleiner is dan 90%;
b. op het moment van indiening van de aanvraag om subsidie geen vergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet is afgegeven voor het betreffende gebied;
c. in het projectplan niet aannemelijk is gemaakt dat het aardwarmteproject binnen twee jaar na voltooiing van de boringen zal leiden tot de start van toepassing van aardwarmte in Nederland;
d. het verwacht vermogen lager is dan 2 MW.