BWBR0024452
Geldig vanaf 2009-11-11
Artikel 8.1
Tijdelijke energieregeling markt en innovatie
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
– aardwarmte: aardwarmte in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Mijnbouwwet;
– aardwarmteproject: het mogelijk maken van de winning en toepassing van aardwarmte van ten minste 500 meter diepte door het boren van een productieput en een injectieput en het plaatsen van een pompinstallatie;
– geologisch onderzoek: geologisch onderzoek, inclusief het rapport opgesteld overeenkomstig het model in bijlage D bij bijlage 8.1;
– gerealiseerde subsidiabele kosten: de rechtstreeks aan het aardwarmteproject toe te rekenen, door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde subsidiabele kosten;
– gerealiseerd vermogen: het uit de puttest gebleken werkelijke vermogen in MW, met een correctie op skin = 0;
– maximale subsidiebedrag: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag, bestaande uit 85% van de verwachte subsidiabele kosten met een maximum van € 5.950.000;
– niet-geologische parameters: de niet-geologische parameters, genoemd in de tabel in hoofdstuk 1, paragraaf 1.1, van het geologisch onderzoek;
– puttest: test van het vermogen van de putten, uitgevoerd en geïnterpreteerd overeenkomstig bijlage B bij bijlage 8.2;
– restwaarde: de opbrengst van het project bij de economisch meest rendabele alternatieve toepassing gedurende twaalf jaar;
– verwachte subsidiabele kosten: de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiabele kosten;
– verwacht vermogen: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde verwacht vermogen in MW.
– aardwarmte: aardwarmte in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Mijnbouwwet;
– aardwarmteproject: het mogelijk maken van de winning en toepassing van aardwarmte van ten minste 500 meter diepte door het boren van een productieput en een injectieput en het plaatsen van een pompinstallatie;
– geologisch onderzoek: geologisch onderzoek, inclusief het rapport opgesteld overeenkomstig het model in bijlage D bij bijlage 8.1;
– gerealiseerde subsidiabele kosten: de rechtstreeks aan het aardwarmteproject toe te rekenen, door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde subsidiabele kosten;
– gerealiseerd vermogen: het uit de puttest gebleken werkelijke vermogen in MW, met een correctie op skin = 0;
– maximale subsidiebedrag: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag, bestaande uit 85% van de verwachte subsidiabele kosten met een maximum van € 5.950.000;
– niet-geologische parameters: de niet-geologische parameters, genoemd in de tabel in hoofdstuk 1, paragraaf 1.1, van het geologisch onderzoek;
– puttest: test van het vermogen van de putten, uitgevoerd en geïnterpreteerd overeenkomstig bijlage B bij bijlage 8.2;
– restwaarde: de opbrengst van het project bij de economisch meest rendabele alternatieve toepassing gedurende twaalf jaar;
– verwachte subsidiabele kosten: de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiabele kosten;
– verwacht vermogen: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde verwacht vermogen in MW.