BWBR0018692
Geldig vanaf 2006-08-01
Artikel 3.9
Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel
1. De instructeur is pedagogisch bekwaam wat betreft kunde indien hij ten minste in staat is:
a. een groep aan te sturen en te begeleiden; en
b. de ontwikkelingen in het leren en gedrag van studenten te volgen.
2. Om te voldoen aan het eerste lid is het nodig dat de instructeur:
a. oog heeft voor de sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van studenten;
b. rekening houdt met de leefwereld van studenten en de culturele bepaaldheid daarvan;
c. tijdig moeilijkheden bij studenten signaleert en een student zo nodig weet te verwijzen naar de meest aangewezen persoon of instantie;
d. bijdraagt aan een veilige leeromgeving voor studenten;
e. duidelijk zijn verwachtingen communiceert naar studenten en daarbij kenbaar maakt welke ruimte er is voor eigen initiatief;
f. verschillende pedagogische methoden weet te gebruiken, afhankelijk van de student en diens situatie;
g. adequaat optreedt bij normoverschrijdend gedrag van studenten;
h. de pedagogische uitgangspunten van het onderwijsteam waartoe hij behoort, toepast op zijn eigen handelen in de omgang met studenten;
i. voorbeeldgedrag laat zien in verband met het beroep waarvoor wordt opgeleid;
j. het proces van interactie met en tussen studenten van een afstand weet te beschouwen en eventuele bijzonderheden tijdens de uitvoering van zijn instructie meldt aan de verantwoordelijke docent; en
k. hulp weet te vragen bij organisatorische belemmeringen in de uitvoering van zijn taken.
a. een groep aan te sturen en te begeleiden; en
b. de ontwikkelingen in het leren en gedrag van studenten te volgen.
2. Om te voldoen aan het eerste lid is het nodig dat de instructeur:
a. oog heeft voor de sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van studenten;
b. rekening houdt met de leefwereld van studenten en de culturele bepaaldheid daarvan;
c. tijdig moeilijkheden bij studenten signaleert en een student zo nodig weet te verwijzen naar de meest aangewezen persoon of instantie;
d. bijdraagt aan een veilige leeromgeving voor studenten;
e. duidelijk zijn verwachtingen communiceert naar studenten en daarbij kenbaar maakt welke ruimte er is voor eigen initiatief;
f. verschillende pedagogische methoden weet te gebruiken, afhankelijk van de student en diens situatie;
g. adequaat optreedt bij normoverschrijdend gedrag van studenten;
h. de pedagogische uitgangspunten van het onderwijsteam waartoe hij behoort, toepast op zijn eigen handelen in de omgang met studenten;
i. voorbeeldgedrag laat zien in verband met het beroep waarvoor wordt opgeleid;
j. het proces van interactie met en tussen studenten van een afstand weet te beschouwen en eventuele bijzonderheden tijdens de uitvoering van zijn instructie meldt aan de verantwoordelijke docent; en
k. hulp weet te vragen bij organisatorische belemmeringen in de uitvoering van zijn taken.