BWBR0018692
Geldig vanaf 2006-08-01
Artikel 3.10
Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel
De instructeur die niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de wet, respectievelijk de erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid, onderdeel c, van de wet, toont zijn bekwaamheid aan door middel van:
a. een beoordeling van het bevoegd gezag dat de instructeur vakinhoudelijk bekwaam is als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a; en
b. een getuigschrift waaruit blijkt dat de instructeur is opgeleid tot de pedagogisch-didactische bekwaamheden als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdelen b en c.
a. een beoordeling van het bevoegd gezag dat de instructeur vakinhoudelijk bekwaam is als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a; en
b. een getuigschrift waaruit blijkt dat de instructeur is opgeleid tot de pedagogisch-didactische bekwaamheden als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdelen b en c.