BWBR0018692
Geldig vanaf 2006-08-01
Artikel 2.5
Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel
Om ten minste te voldoen aan artikel 2.4:
a. beheerst de leraar po de leerstof qua kennis en vaardigheden van het onderwijs waarvoor deze leraar bevoegd is, gericht op het behalen van de kerndoelen en de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van het primair onderwijs en kent hij de theoretische achtergronden daarvan;
b. kan de leraar po de leerstof op een begrijpelijke en aansprekende manier uitleggen en demonstreren hoe ermee gewerkt wordt;
c. heeft de leraar po een grondige beheersing van taal en rekenen;
d. heeft de leraar po zich theoretisch en praktisch verdiept in ten minste één ander leergebied of een deel ervan;
e. heeft de leraar po zich theoretisch en praktisch verdiept in de leerstof voor dat deel van de leerjaren waarin hij werkt, of een andere geclusterde indeling van leerjaren die binnen een bepaald type school gebruikelijk is.
f. overziet de leraar po de opbouw van het curriculum en de doorlopende leerlijnen;
g. weet de leraar po hoe zijn onderwijs voortbouwt op het voorgaande onderwijs en voorbereidt op het vervolgonderwijs;
h. kent de leraar po de samenhang tussen de verschillende vakken in het curriculum;
i. weet de leraar po dat zijn leerlingen de leerstof op verschillende manieren kunnen opvatten, interpreteren en leren;
j. kan de leraar po zijn onderwijs afstemmen op de verschillen tussen leerlingen;
k. kan de leraar po zijn leerlingen duidelijk maken wat de relevantie is van de leerstof voor het dagelijkse leven en voor het vervolgonderwijs.
a. beheerst de leraar po de leerstof qua kennis en vaardigheden van het onderwijs waarvoor deze leraar bevoegd is, gericht op het behalen van de kerndoelen en de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van het primair onderwijs en kent hij de theoretische achtergronden daarvan;
b. kan de leraar po de leerstof op een begrijpelijke en aansprekende manier uitleggen en demonstreren hoe ermee gewerkt wordt;
c. heeft de leraar po een grondige beheersing van taal en rekenen;
d. heeft de leraar po zich theoretisch en praktisch verdiept in ten minste één ander leergebied of een deel ervan;
e. heeft de leraar po zich theoretisch en praktisch verdiept in de leerstof voor dat deel van de leerjaren waarin hij werkt, of een andere geclusterde indeling van leerjaren die binnen een bepaald type school gebruikelijk is.
f. overziet de leraar po de opbouw van het curriculum en de doorlopende leerlijnen;
g. weet de leraar po hoe zijn onderwijs voortbouwt op het voorgaande onderwijs en voorbereidt op het vervolgonderwijs;
h. kent de leraar po de samenhang tussen de verschillende vakken in het curriculum;
i. weet de leraar po dat zijn leerlingen de leerstof op verschillende manieren kunnen opvatten, interpreteren en leren;
j. kan de leraar po zijn onderwijs afstemmen op de verschillen tussen leerlingen;
k. kan de leraar po zijn leerlingen duidelijk maken wat de relevantie is van de leerstof voor het dagelijkse leven en voor het vervolgonderwijs.