BWBR0018692
Geldig vanaf 2006-08-01
Artikel 3.8
Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel
De instructeur is pedagogisch bekwaam wat betreft kennis, indien hij ten minste kennis heeft van:
a. bedrijfsculturen waar studenten tijdens en na hun opleiding mee te maken kunnen krijgen en hoe hij daar als instructeur in zijn pedagogisch handelen naar kan verwijzen; en
b. de beginselen van: 1°. de sociaal-emotionele ontwikkeling die jongeren doormaken bij het opgroeien en volwassen worden en hoe hij daar in zijn gedrag rekening mee kan houden;
2°. de ontwikkeling van studenten bij het leren functioneren in een beroep;
3°. veel voorkomende gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en hoe deze stoornissen in de praktijk te herkennen, alsmede hoe hij daar in de praktijk zoveel mogelijk rekening mee kan houden;
4°. pedagogische methoden; en
5°. ontwikkelingspsychologische en pedagogische uitgangspunten.
1°. de sociaal-emotionele ontwikkeling die jongeren doormaken bij het opgroeien en volwassen worden en hoe hij daar in zijn gedrag rekening mee kan houden;
2°. de ontwikkeling van studenten bij het leren functioneren in een beroep;
3°. veel voorkomende gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en hoe deze stoornissen in de praktijk te herkennen, alsmede hoe hij daar in de praktijk zoveel mogelijk rekening mee kan houden;
4°. pedagogische methoden; en
5°. ontwikkelingspsychologische en pedagogische uitgangspunten.
a. bedrijfsculturen waar studenten tijdens en na hun opleiding mee te maken kunnen krijgen en hoe hij daar als instructeur in zijn pedagogisch handelen naar kan verwijzen; en
b. de beginselen van: 1°. de sociaal-emotionele ontwikkeling die jongeren doormaken bij het opgroeien en volwassen worden en hoe hij daar in zijn gedrag rekening mee kan houden;
2°. de ontwikkeling van studenten bij het leren functioneren in een beroep;
3°. veel voorkomende gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en hoe deze stoornissen in de praktijk te herkennen, alsmede hoe hij daar in de praktijk zoveel mogelijk rekening mee kan houden;
4°. pedagogische methoden; en
5°. ontwikkelingspsychologische en pedagogische uitgangspunten.
1°. de sociaal-emotionele ontwikkeling die jongeren doormaken bij het opgroeien en volwassen worden en hoe hij daar in zijn gedrag rekening mee kan houden;
2°. de ontwikkeling van studenten bij het leren functioneren in een beroep;
3°. veel voorkomende gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en hoe deze stoornissen in de praktijk te herkennen, alsmede hoe hij daar in de praktijk zoveel mogelijk rekening mee kan houden;
4°. pedagogische methoden; en
5°. ontwikkelingspsychologische en pedagogische uitgangspunten.