BWBR0014771
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 6.2.1
Verlofspaarregeling rijkspersoneel
1. Ten behoeve van een geldelijke voorziening tijdens de spaarverlofperiode kan de ambtenaar met inachtneming van artikel 2.1.2., eerste lid, en artikel 2.1.3., tweede lid, in het jaar 2003 eenmalig zijn aanspraak op vakantie over het jaar 2002, verminderd met: 108 uren vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde arbeidsduurfactor, als extra bron inzetten. De uitkomst wordt zo nodig afgerond naar boven op hele uren.
2. De bron genoemd in het eerste lid wordt omgezet in een geldbedrag, berekend op basis van het salaris per uur dat de ambtenaar geniet op de peildatum.
3. De uren die op grond van het eerste lid worden ingezet en het bedrag dat daarmee is gemoeid worden opgenomen in de aanvraag tot het sparen van een geldelijke voorziening voor spaarverlof als bedoeld in artikel 2.1.4., eerste lid.
2. De bron genoemd in het eerste lid wordt omgezet in een geldbedrag, berekend op basis van het salaris per uur dat de ambtenaar geniet op de peildatum.
3. De uren die op grond van het eerste lid worden ingezet en het bedrag dat daarmee is gemoeid worden opgenomen in de aanvraag tot het sparen van een geldelijke voorziening voor spaarverlof als bedoeld in artikel 2.1.4., eerste lid.