BWBR0014771
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 3.2.1
Verlofspaarregeling rijkspersoneel
1. Gedurende de spaarverlofperiode wordt door of namens het bevoegd gezag aan de ambtenaar maandelijks een vergoeding verstrekt gelijk aan de berekeningsgrondslag over de maand direct voorafgaande aan de datum van ingang van het spaarverlof.
2. Indien het spaartegoed op de datum waarop de spaarverlofperiode ingaat niet toereikend is wordt de vergoeding verstrekt gedurende zoveel hele kalendermaanden als het spaartegoed dit toelaat. In dat geval eindigt de spaarverlofperiode op de eerste van de maand volgende op die waarin de vergoeding voor de laatste keer is verstrekt.
3. De vergoeding wordt maandelijks aan de ambtenaar uitbetaald op dezelfde dag als waarop zijn salaris zou zijn uitbetaald.
4. Op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, worden ingehouden:
a. de reguliere premies, die de ambtenaar op grond van artikel 3 van de pensioenovereenkomst, Staatscourant 1995, nr. 251, is verschuldigd;
b. de verschuldigde loonheffing;
c. de van toepassing zijnde inhoudingen en contributies.
2. Indien het spaartegoed op de datum waarop de spaarverlofperiode ingaat niet toereikend is wordt de vergoeding verstrekt gedurende zoveel hele kalendermaanden als het spaartegoed dit toelaat. In dat geval eindigt de spaarverlofperiode op de eerste van de maand volgende op die waarin de vergoeding voor de laatste keer is verstrekt.
3. De vergoeding wordt maandelijks aan de ambtenaar uitbetaald op dezelfde dag als waarop zijn salaris zou zijn uitbetaald.
4. Op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, worden ingehouden:
a. de reguliere premies, die de ambtenaar op grond van artikel 3 van de pensioenovereenkomst, Staatscourant 1995, nr. 251, is verschuldigd;
b. de verschuldigde loonheffing;
c. de van toepassing zijnde inhoudingen en contributies.