BWBR0014771
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 3.4.1
Verlofspaarregeling rijkspersoneel
Aan de ambtenaar die het spaarverlof opneemt bij het bereiken of bereikt hebben van de leeftijd van 62 jaar, wordt onmiddellijk aansluitend aan de periode van dat spaarverlof buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend. De duur van dit buitengewoon verlof is gelijk aan 25% van de uren die als spaarverlof zijn opgenomen.