BWBR0014771
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 2.2.4
Verlofspaarregeling rijkspersoneel
1. Indien op 31 december van een kalenderjaar de geldelijke voorziening voor spaarverlof die gedurende dat kalenderjaar is gespaard, vermeerderd met de waarde van de in dat kalenderjaar gespaarde compensatie op grond van artikel 1, tweede lid, derde volzin, van het Besluit van 25 november 1996, kenmerk AD96/U1026, Staatscourant 1996/233, meer bedraagt dan 10 procent van de berekeningsgrondslag op jaarbasis van genoemd kalenderjaar, wordt het bovenmatige gedeelte aan het bevoegd gezag uitgekeerd op een door dat gezag aangegeven wijze.
2. Het bovenmatige gedeelte, bedoeld in het eerste lid, wordt door of namens het bevoegd gezag na inhouding van loonheffing aan de ambtenaar uitgekeerd. Voor de berekening van de loonheffing wordt het bovenmatige gedeelte geacht te zijn genoten op de datum waarop uitkering aan de ambtenaar plaatsheeft.
3. Voor zover de aanspraak als bedoeld in artikel 2.1.3., eerste lid, onder c en d, welke door de ambtenaar als bron is ingezet, niet is opgebouwd, wordt het teveel gestorte bedrag van de verlofspaarrekening afgeboekt en door de spaarinstelling aan het bevoegd gezag uitgekeerd op een door dat gezag aangegeven wijze.
4. Indien na het opnemen van een periode van spaarverlof als bedoeld in artikel 3.1.3.nog een bedrag op de verlofspaarrekening resteert wordt dit bedrag aan het bevoegd gezag uitgekeerd op een door dat gezag aangegeven wijze.
5. Het bedrag, bedoeld in het vierde lid, wordt door of namens het bevoegd gezag na inhouding van loonheffing aan de ambtenaar uitgekeerd.
2. Het bovenmatige gedeelte, bedoeld in het eerste lid, wordt door of namens het bevoegd gezag na inhouding van loonheffing aan de ambtenaar uitgekeerd. Voor de berekening van de loonheffing wordt het bovenmatige gedeelte geacht te zijn genoten op de datum waarop uitkering aan de ambtenaar plaatsheeft.
3. Voor zover de aanspraak als bedoeld in artikel 2.1.3., eerste lid, onder c en d, welke door de ambtenaar als bron is ingezet, niet is opgebouwd, wordt het teveel gestorte bedrag van de verlofspaarrekening afgeboekt en door de spaarinstelling aan het bevoegd gezag uitgekeerd op een door dat gezag aangegeven wijze.
4. Indien na het opnemen van een periode van spaarverlof als bedoeld in artikel 3.1.3.nog een bedrag op de verlofspaarrekening resteert wordt dit bedrag aan het bevoegd gezag uitgekeerd op een door dat gezag aangegeven wijze.
5. Het bedrag, bedoeld in het vierde lid, wordt door of namens het bevoegd gezag na inhouding van loonheffing aan de ambtenaar uitgekeerd.