BWBR0014771
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 4.1
Verlofspaarregeling rijkspersoneel
1. De ambtenaar die zijn spaartegoed wil aanwenden voor het opbouwen van extra pensioen dient daartoe een aanvraag in bij het bevoegd gezag.
2. In de aanvraag vermeldt de ambtenaar welk deel van het spaartegoed moet worden omgezet in een aanspraak ingevolge artikel 16.6 van het Pensioenreglement en overgemaakt naar de Stichting Pensioenfonds ABP.
3. De aanvraag gaat vergezeld van een schriftelijke instemming van de ambtenaar met een uitkering ten laste van diens spaartegoed aan het bevoegd gezag op een door dat gezag aangegeven wijze.
4. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt een formulier vast voor de aanvraag.
5. Na ontvangst van de uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt deze door of namens het bevoegd gezag overgemaakt aan de Stichting Pensioenfonds ABP.
2. In de aanvraag vermeldt de ambtenaar welk deel van het spaartegoed moet worden omgezet in een aanspraak ingevolge artikel 16.6 van het Pensioenreglement en overgemaakt naar de Stichting Pensioenfonds ABP.
3. De aanvraag gaat vergezeld van een schriftelijke instemming van de ambtenaar met een uitkering ten laste van diens spaartegoed aan het bevoegd gezag op een door dat gezag aangegeven wijze.
4. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt een formulier vast voor de aanvraag.
5. Na ontvangst van de uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt deze door of namens het bevoegd gezag overgemaakt aan de Stichting Pensioenfonds ABP.