BWBR0006530
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 33k
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
1. De rechterlijk ambtenaar behoudt gedurende het kortdurend zorgverlof, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:1 van de Wet arbeid en zorg</a>, aanspraak op doorbetaling van de volledige bezoldiging.
2. Voor de toepasselijkheid van de <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:3 tot en met 5:5</a>en <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:10 tot en met 5:12 van de Wet arbeid en zorg</a>wordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
3. Voor de toepasselijkheid van de <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:7</a>en <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:9 van de Wet arbeid en zorg</a>wordt onder «loon» verstaan: bezoldiging.
4. Voor de toepasselijkheid van <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:7 van de Wet arbeid en zorg</a>wordt onder «werkgever» verstaan: het in artikel 33gbedoelde gezag.
5. Ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar worden de in de <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:14</a>en <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:15 van de Wet arbeid en zorg</a>genoemde bevoegdheden uitgeoefend door de functionele autoriteit.
2. Voor de toepasselijkheid van de <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:3 tot en met 5:5</a>en <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:10 tot en met 5:12 van de Wet arbeid en zorg</a>wordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
3. Voor de toepasselijkheid van de <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:7</a>en <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:9 van de Wet arbeid en zorg</a>wordt onder «loon» verstaan: bezoldiging.
4. Voor de toepasselijkheid van <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:7 van de Wet arbeid en zorg</a>wordt onder «werkgever» verstaan: het in artikel 33gbedoelde gezag.
5. Ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar worden de in de <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:14</a>en <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:15 van de Wet arbeid en zorg</a>genoemde bevoegdheden uitgeoefend door de functionele autoriteit.