BWBR0006530
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 2g
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
1. In een besluit tot benoeming in een ambt worden vermeld:
a. de naam, voornamen en geboortedatum van de rechterlijk ambtenaar;
b. het ambt waarin hij wordt benoemd;
c. de datum met ingang waarvan hij in dat ambt wordt benoemd;
d. of de benoeming in vaste of tijdelijke dienst geschiedt; en
e. in geval van een benoeming in tijdelijke dienst, de periode waarvoor en de reden waarom de benoeming in tijdelijke dienst wordt verleend.
2. Het eerste lid, onderdelen d en e, is niet toepasselijk in geval van een benoeming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.
3. In een besluit tot vaststelling van het gerecht of parket waarbij een ambt wordt vervuld, worden vermeld:
a. de naam, voornamen en geboortedatum van de rechterlijk ambtenaar;
b. het gerechtshof, de rechtbank of het tot het openbaar ministerie behorend parket waarbij hij zijn ambt vervult; en
c. de datum met ingang waarvan hij zijn ambt bij het gerecht of parket, bedoeld in onderdeel b, vervult.
a. de naam, voornamen en geboortedatum van de rechterlijk ambtenaar;
b. het ambt waarin hij wordt benoemd;
c. de datum met ingang waarvan hij in dat ambt wordt benoemd;
d. of de benoeming in vaste of tijdelijke dienst geschiedt; en
e. in geval van een benoeming in tijdelijke dienst, de periode waarvoor en de reden waarom de benoeming in tijdelijke dienst wordt verleend.
2. Het eerste lid, onderdelen d en e, is niet toepasselijk in geval van een benoeming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.
3. In een besluit tot vaststelling van het gerecht of parket waarbij een ambt wordt vervuld, worden vermeld:
a. de naam, voornamen en geboortedatum van de rechterlijk ambtenaar;
b. het gerechtshof, de rechtbank of het tot het openbaar ministerie behorend parket waarbij hij zijn ambt vervult; en
c. de datum met ingang waarvan hij zijn ambt bij het gerecht of parket, bedoeld in onderdeel b, vervult.