BWBR0006530
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 33j
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
1. Het calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, bedoeld in artikel 4:1 van de Wet arbeid en zorg, wordt door de functionele autoriteit verleend voor een daarbij te bepalen periode.
2. Voor de toepasselijkheid van de artikelen 4:3, eerste lid, en 4:4 van de Wet arbeid en zorgwordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
3. Voor de toepasselijkheid van de artikelen 4:1, eerste lid, 4:2en 4:5 van de Wet arbeid en zorgwordt onder «loon» verstaan: bezoldiging.
4. Ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar worden de in artikel 4:5 van de Wet arbeid en zorggenoemde bevoegdheden uitgeoefend door het in artikel 33gbedoelde gezag. Voor de toepasselijkheid van artikel 4:5, tweede lid, van de Wet arbeid en zorg wordt onder «werkgever» verstaan: het in artikel 33g bedoelde gezag.
5. Ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar worden de in artikel 4:6 van de Wet arbeid en zorggenoemde bevoegdheden uitgeoefend door de functionele autoriteit.
2. Voor de toepasselijkheid van de artikelen 4:3, eerste lid, en 4:4 van de Wet arbeid en zorgwordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
3. Voor de toepasselijkheid van de artikelen 4:1, eerste lid, 4:2en 4:5 van de Wet arbeid en zorgwordt onder «loon» verstaan: bezoldiging.
4. Ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar worden de in artikel 4:5 van de Wet arbeid en zorggenoemde bevoegdheden uitgeoefend door het in artikel 33gbedoelde gezag. Voor de toepasselijkheid van artikel 4:5, tweede lid, van de Wet arbeid en zorg wordt onder «werkgever» verstaan: het in artikel 33g bedoelde gezag.
5. Ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar worden de in artikel 4:6 van de Wet arbeid en zorggenoemde bevoegdheden uitgeoefend door de functionele autoriteit.