BWBR0006530
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 6e
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
1. De rechterlijk ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ter hoogte van 8,3% van het over de periode van twaalf maanden, bedoeld in het derde lid, genoten salaris.
2. Indien de rechterlijk ambtenaar aanspraak heeft op een WAO-uitkering, WIA-uitkering, een ZW-uitkering of een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeid en zorg</a>, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de rechterlijk ambtenaar zou hebben genoten indien hij geen aanspraak op een WAO-uitkering, WIA-uitkering, een ZW-uitkering of een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg zou hebben gehad.
3. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorafgaande kalenderjaar.
4. In geval van ontslag of overlijden wordt de eindejaarsuitkering zo veel mogelijk uitbetaald in de maand na het ontslag of overlijden.
2. Indien de rechterlijk ambtenaar aanspraak heeft op een WAO-uitkering, WIA-uitkering, een ZW-uitkering of een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeid en zorg</a>, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de rechterlijk ambtenaar zou hebben genoten indien hij geen aanspraak op een WAO-uitkering, WIA-uitkering, een ZW-uitkering of een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg zou hebben gehad.
3. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorafgaande kalenderjaar.
4. In geval van ontslag of overlijden wordt de eindejaarsuitkering zo veel mogelijk uitbetaald in de maand na het ontslag of overlijden.