BWBR0006530
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 34h
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
1. In geval van schorsing kan de bezoldiging van de rechterlijk ambtenaar tijdens de duur van de schorsing geheel of gedeeltelijk worden ingehouden.
2. Inhouding van bezoldiging als bedoeld in het eerste lid is niet mogelijk in geval van:
a. schorsing in het belang van de dienst, bedoeld in artikel 34g, eerste lid, onderdeel c;
b. plaatsing in een accommodatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten of een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
c. politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering, mits niet gevolgd door inbewaringstelling.
3. Indien de schorsing niet wordt gevolgd door de disciplinaire maatregel van onvoorwaardelijk ontslag of ontslag op grond van artikel 36, onderdeel d, kan de ingehouden bezoldiging alsnog geheel of gedeeltelijk aan de rechterlijk ambtenaar worden uitbetaald. Op de alsnog uit te betalen bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten, die de rechterlijk ambtenaar heeft genoten uit arbeid die hij tijdens de schorsing heeft verricht, tenzij zulks onredelijk of onbillijk wordt bevonden.
4. De in het eerste tot en met derde lid genoemde bevoegdheden worden ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar uitgeoefend door Onze Minister onderscheidenlijk, indien het een bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijk ambtenaar betreft, het gerechtsbestuur.
2. Inhouding van bezoldiging als bedoeld in het eerste lid is niet mogelijk in geval van:
a. schorsing in het belang van de dienst, bedoeld in artikel 34g, eerste lid, onderdeel c;
b. plaatsing in een accommodatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten of een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
c. politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering, mits niet gevolgd door inbewaringstelling.
3. Indien de schorsing niet wordt gevolgd door de disciplinaire maatregel van onvoorwaardelijk ontslag of ontslag op grond van artikel 36, onderdeel d, kan de ingehouden bezoldiging alsnog geheel of gedeeltelijk aan de rechterlijk ambtenaar worden uitbetaald. Op de alsnog uit te betalen bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten, die de rechterlijk ambtenaar heeft genoten uit arbeid die hij tijdens de schorsing heeft verricht, tenzij zulks onredelijk of onbillijk wordt bevonden.
4. De in het eerste tot en met derde lid genoemde bevoegdheden worden ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar uitgeoefend door Onze Minister onderscheidenlijk, indien het een bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijk ambtenaar betreft, het gerechtsbestuur.