BWBR0006530
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 36c
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. functie: het samenstel van werkzaamheden dat de rechterlijk ambtenaar verricht;
b. herplaatsen: 1°. het verplaatsen van een rechterlijk ambtenaar;
2°. het wijzigen van de vaststelling van het parket of gerecht waar een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar zijn functie vervult; of
3°. het benoemen van een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar in een passende functie, anders dan de oorspronkelijke functie, bij een gerecht of parket of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister;
1°. het verplaatsen van een rechterlijk ambtenaar;
2°. het wijzigen van de vaststelling van het parket of gerecht waar een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar zijn functie vervult; of
3°. het benoemen van een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar in een passende functie, anders dan de oorspronkelijke functie, bij een gerecht of parket of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister;
c. herplaatsingskandidaat: de te herplaatsen rechterlijk ambtenaar;
d. passende functie: een functie ten aanzien waarvan de herplaatsingskandidaat beschikt over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht voor het naar behoren vervullen hiervan dan wel waarvoor hij binnen redelijke termijn om-, her- of bijgeschoold kan worden, en die hem in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten redelijkerwijs kan worden opgedragen;
e. rechterlijk ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar die is aangesteld of aangewezen voor een al dan niet volledige arbeidsduur;
f. reorganisatie: iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een parket of een gerecht of een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties zijn verbonden;
g. verplaatsen: het elders binnen het eigen parket of eigen gerecht tewerkstellen van de rechterlijk ambtenaar in een zelfde functie als de oorspronkelijke functie.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op rechters in opleiding, officieren in opleiding en de rechterlijke ambtenaren, werkzaam bij de Hoge Raad en het parket bij de Hoge Raad.
a. functie: het samenstel van werkzaamheden dat de rechterlijk ambtenaar verricht;
b. herplaatsen: 1°. het verplaatsen van een rechterlijk ambtenaar;
2°. het wijzigen van de vaststelling van het parket of gerecht waar een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar zijn functie vervult; of
3°. het benoemen van een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar in een passende functie, anders dan de oorspronkelijke functie, bij een gerecht of parket of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister;
1°. het verplaatsen van een rechterlijk ambtenaar;
2°. het wijzigen van de vaststelling van het parket of gerecht waar een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar zijn functie vervult; of
3°. het benoemen van een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar in een passende functie, anders dan de oorspronkelijke functie, bij een gerecht of parket of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister;
c. herplaatsingskandidaat: de te herplaatsen rechterlijk ambtenaar;
d. passende functie: een functie ten aanzien waarvan de herplaatsingskandidaat beschikt over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht voor het naar behoren vervullen hiervan dan wel waarvoor hij binnen redelijke termijn om-, her- of bijgeschoold kan worden, en die hem in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten redelijkerwijs kan worden opgedragen;
e. rechterlijk ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar die is aangesteld of aangewezen voor een al dan niet volledige arbeidsduur;
f. reorganisatie: iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een parket of een gerecht of een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties zijn verbonden;
g. verplaatsen: het elders binnen het eigen parket of eigen gerecht tewerkstellen van de rechterlijk ambtenaar in een zelfde functie als de oorspronkelijke functie.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op rechters in opleiding, officieren in opleiding en de rechterlijke ambtenaren, werkzaam bij de Hoge Raad en het parket bij de Hoge Raad.