BWBR0006530
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 36v
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
1. De rechterlijk ambtenaar aan wie ontslag op eigen verzoek wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, heeft op grond van dat ontslag aanspraak op een uitkering overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0011826" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren</a>.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts indien de rechterlijk ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 36hen 36ien hij binnen twee jaar na de aanvaarding van een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, anders dan door zijn schuld of toedoen wordt ontslagen.
3. Indien de rechterlijk ambtenaar terzake van zijn ontslag ingevolge het tweede lid recht heeft op een uitkering krachtens de <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>wordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts indien de rechterlijk ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 36hen 36ien hij binnen twee jaar na de aanvaarding van een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, anders dan door zijn schuld of toedoen wordt ontslagen.
3. Indien de rechterlijk ambtenaar terzake van zijn ontslag ingevolge het tweede lid recht heeft op een uitkering krachtens de <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>wordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd.