BWBR0005775
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 47
Luchtverkeersreglement
1. Wanneer tijdens een gecontroleerde VFR-vlucht blijkt, dat voortzetting daarvan onder zichtweersomstandigheden volgens het geldend vliegplan niet uitvoerbaar is, wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in één van de volgende leden van dit artikel.
2. In de omstandigheden, als bedoeld in het eerste lid, wordt, behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, een herziening van de klaring gevraagd, waardoor het alsnog mogelijk wordt om:
a. de vlucht in zichtweersomstandigheden voort te zetten naar de luchthaven van bestemming of een luchthaven waarnaar wordt uitgeweken, of;
b. het betreffende luchtverkeersleidingsgebied, waarin eveneens worden luchtverkeersleidingsdiensten aan VFR-vluchten verleend, te verlaten.
3. Indien een klaring, als bedoeld in het tweede lid, niet kan verkregen, wordt de vlucht voortgezet onder zichtweersomstandigheden en wordt de betrokken verlener van luchtverkeersleidingsdiensten ingelicht omtrent de actie, die wordt ondernomen ten einde het luchtverkeersleidingsgebied, waarin eveneens worden luchtverkeersleidingsdiensten aan VFR-vluchten verleend, te verlaten dan wel een landing uit te voeren op de dichtstbijzijnde daarvoor geschikte luchthaven.
4. Wanneer een gecontroleerde VFR-vlucht, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, kan toestemming worden verzocht om de vlucht te mogen voortzetten als bijzondere VFR-vlucht.
5. Indien de gezagvoerder van een gecontroleerde VFR-vlucht, als bedoeld in het eerste lid, daartoe bevoegd is, kan hij verzoeken om de vlucht te mogen voortzetten in overeenstemming met de instrumentvliegvoorschriften.
2. In de omstandigheden, als bedoeld in het eerste lid, wordt, behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, een herziening van de klaring gevraagd, waardoor het alsnog mogelijk wordt om:
a. de vlucht in zichtweersomstandigheden voort te zetten naar de luchthaven van bestemming of een luchthaven waarnaar wordt uitgeweken, of;
b. het betreffende luchtverkeersleidingsgebied, waarin eveneens worden luchtverkeersleidingsdiensten aan VFR-vluchten verleend, te verlaten.
3. Indien een klaring, als bedoeld in het tweede lid, niet kan verkregen, wordt de vlucht voortgezet onder zichtweersomstandigheden en wordt de betrokken verlener van luchtverkeersleidingsdiensten ingelicht omtrent de actie, die wordt ondernomen ten einde het luchtverkeersleidingsgebied, waarin eveneens worden luchtverkeersleidingsdiensten aan VFR-vluchten verleend, te verlaten dan wel een landing uit te voeren op de dichtstbijzijnde daarvoor geschikte luchthaven.
4. Wanneer een gecontroleerde VFR-vlucht, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, kan toestemming worden verzocht om de vlucht te mogen voortzetten als bijzondere VFR-vlucht.
5. Indien de gezagvoerder van een gecontroleerde VFR-vlucht, als bedoeld in het eerste lid, daartoe bevoegd is, kan hij verzoeken om de vlucht te mogen voortzetten in overeenstemming met de instrumentvliegvoorschriften.