BWBR0005775
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 44
Luchtverkeersreglement
1. Het is verboden, ongeacht de weersomstandigheden, een VFR-vlucht uit te voeren:
a. buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a , bedoelde luchtvaartgids;
b. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A;
c. met een ware luchtsnelheid groter dan de plaatselijke voortplantingssnelheid van het geluid.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van het in het eerste lid onder <em>a</em>, bepaalde.
3. Het eerste lid, onderdelen a en b, geldt niet indien bij ministeriële regeling anders is bepaald.
4. Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Defensie kunnen vrijstellingen worden verleend van het in het eerste lid gestelde verbod. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
5. Onze Minister en Onze Minister van Defensie kunnen ontheffingen verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
6. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in het vijfde lid.
7. De maximum toegestane aangewezen luchtsnelheid in de luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse C tot en met G beneden vliegniveau 100 bedraagt 470 km/uur (250 knopen).
8. Het zevende lid geldt niet indien bij ministeriële regeling andere waarden zijn vastgesteld.
a. buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a , bedoelde luchtvaartgids;
b. in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A;
c. met een ware luchtsnelheid groter dan de plaatselijke voortplantingssnelheid van het geluid.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van het in het eerste lid onder <em>a</em>, bepaalde.
3. Het eerste lid, onderdelen a en b, geldt niet indien bij ministeriële regeling anders is bepaald.
4. Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Defensie kunnen vrijstellingen worden verleend van het in het eerste lid gestelde verbod. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
5. Onze Minister en Onze Minister van Defensie kunnen ontheffingen verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
6. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in het vijfde lid.
7. De maximum toegestane aangewezen luchtsnelheid in de luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse C tot en met G beneden vliegniveau 100 bedraagt 470 km/uur (250 knopen).
8. Het zevende lid geldt niet indien bij ministeriële regeling andere waarden zijn vastgesteld.