BWBR0005775
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 14
Luchtverkeersreglement
1. Het is verboden luchtvaartuigen of andere voorwerpen tijdens de vlucht te slepen.
2. Het eerste lid geldt, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels, niet voor de volgende vluchten:
a. vluchten waarbij een zweefvliegtuig wordt gesleept;
b. vluchten waarbij een sleepnet wordt gesleept;
c. vluchten waarbij voor militaire doeleinden wordt gesleept.
3. Bij regeling van Onze Minister kan vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid gestelde verbod. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
4. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in het vierde lid.
2. Het eerste lid geldt, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels, niet voor de volgende vluchten:
a. vluchten waarbij een zweefvliegtuig wordt gesleept;
b. vluchten waarbij een sleepnet wordt gesleept;
c. vluchten waarbij voor militaire doeleinden wordt gesleept.
3. Bij regeling van Onze Minister kan vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid gestelde verbod. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
4. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in het vierde lid.