BWBR0005775
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 38
Luchtverkeersreglement
1. Tijdens het uitvoeren van een gecontroleerde vlucht wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd en zonodig een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken verlener van luchtverkeersleidingsdiensten.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van het in het eerste lid bepaalde.
3. Het eerste lid geldt niet, indien in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer bij regeling van Onze Minister daarvan afwijkende regels worden gesteld.
4. Bij regeling van Onze Minister kan vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bepaalde. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
5. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid bepaalde. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
6. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in het vijfde lid.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van het in het eerste lid bepaalde.
3. Het eerste lid geldt niet, indien in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer bij regeling van Onze Minister daarvan afwijkende regels worden gesteld.
4. Bij regeling van Onze Minister kan vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bepaalde. Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
5. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid bepaalde. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
6. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in het vijfde lid.