BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 7
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. Een stookinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW die, als gevolg van een storing in het onderdeel van de stookinstallatie dat de emissiereductie bewerkstelligt, niet met inachtneming van de eisen die ten aanzien van de uitworp van stikstofoxiden of stof bij of krachtens dit besluit zijn gesteld, kan worden gebruikt, mag, indien het bevoegd gezag voor die installatie voor dat soort voorvallen in de vergunning een bepaalde periode heeft vastgesteld, gedurende die periode in bedrijf worden gehouden.
2. Een stookinstallatie voor vaste brandstoffen of zware stookolie met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW die is uitgerust met voorzieningen voor de ontzwaveling van rookgassen, mag bij het optreden van zodanige storingen in die voorzieningen dat het vereiste ontzwavelingspercentage niet wordt gehaald:
a. indien de waarde van de emissie-eis met betrekking tot zwaveldioxide wordt overschreden, gedurende ten hoogste 72 achtereenvolgende uren en voor ten hoogste 240 uren in totaal per kalenderjaar in bedrijf blijven;
b. indien de waarde van de emissie-eis met betrekking tot zwaveldioxide niet wordt overschreden en het bevoegd gezag voor die stookinstallaties voor dit soort voorvallen in de vergunning een bepaalde periode heeft vastgesteld, gedurende die periode in bedrijf worden gehouden.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de uitworp van zwaveldioxide van een andere stookinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW dan bedoeld in het tweede lid.
2. Een stookinstallatie voor vaste brandstoffen of zware stookolie met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW die is uitgerust met voorzieningen voor de ontzwaveling van rookgassen, mag bij het optreden van zodanige storingen in die voorzieningen dat het vereiste ontzwavelingspercentage niet wordt gehaald:
a. indien de waarde van de emissie-eis met betrekking tot zwaveldioxide wordt overschreden, gedurende ten hoogste 72 achtereenvolgende uren en voor ten hoogste 240 uren in totaal per kalenderjaar in bedrijf blijven;
b. indien de waarde van de emissie-eis met betrekking tot zwaveldioxide niet wordt overschreden en het bevoegd gezag voor die stookinstallaties voor dit soort voorvallen in de vergunning een bepaalde periode heeft vastgesteld, gedurende die periode in bedrijf worden gehouden.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de uitworp van zwaveldioxide van een andere stookinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW dan bedoeld in het tweede lid.