BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 2
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. Dit besluit is van toepassing op:
a. zuigermotoren waarin gasolie of gasvormige brandstoffen met uitzondering van LPG, dan wel mengsels daarvan, worden gestookt, gebruikt voor de aandrijving van: 1°. een electrische generator of gascompressor in een installatie voor warmtekrachtkoppeling onderscheidenlijk in een warmtepompinstallatie, of
2°. een pomp of een compressor die continu wordt gebruikt voor het bedrijven van een installatie, welke blijkens de vergunning ontworpen is voor een jaarlijkse bedrijfstijd van tenminste 5000 uur, met uitzondering van bestaande zuigermotoren waarin het aandeel gasvormige brandstoffen in de warmte-inhoud van de toegevoerde brandstoffen minder dan 50% bedraagt en zuigermotoren die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof;
1°. een electrische generator of gascompressor in een installatie voor warmtekrachtkoppeling onderscheidenlijk in een warmtepompinstallatie, of
2°. een pomp of een compressor die continu wordt gebruikt voor het bedrijven van een installatie, welke blijkens de vergunning ontworpen is voor een jaarlijkse bedrijfstijd van tenminste 5000 uur,
b. andere stookinstallaties dan zuigermotoren, waarin brandstoffen worden gebruikt, met uitzondering van: 1°. stookinstallaties die bestemd zijn voor het drogen of behandelen van voorwerpen of materialen door middel van rechtstreeks kontakt met verbrandingsgas;
2°. cokesovens;
3°. stookinstallaties voor vloeibare of gasvormige brandstoffen met een thermisch vermogen van 0,9 MW of minder;
4°. stookinstallaties die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof;
5°. gasturbines en gasturbine-installaties, waarvoor voor 27 november 2002 vergunning is verleend, waarvan het jaarlijks aantal bedrijfsuren niet meer bedraagt dan 500, gasturbines en gasturbine-installaties, waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW waarvan het jaarlijks aantal bedrijfsuren niet meer bedraagt dan 500 en gasturbines en gasturbine-installaties met een netto-asvermogen van niet meer dan 1 MW;
6°. stookinstallaties waarvoor emissie-eisen zijn gesteld in paragraaf 5.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
7°. bestaande stookinstallaties met een thermisch vermogen van minder dan 50 megawatt die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor tijdelijk bedrijf van niet meer dan 500 uren per jaar;
8°. installaties voor de vergassing van kolen of olie;
9°. installaties die op offshoreplatforms worden gebruikt;
10°. technische voorzieningen voor de zuivering van rookgassen door verbranding die niet als autonome stookinstallatie worden geëxploiteerd.
1°. stookinstallaties die bestemd zijn voor het drogen of behandelen van voorwerpen of materialen door middel van rechtstreeks kontakt met verbrandingsgas;
2°. cokesovens;
3°. stookinstallaties voor vloeibare of gasvormige brandstoffen met een thermisch vermogen van 0,9 MW of minder;
4°. stookinstallaties die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof;
5°. gasturbines en gasturbine-installaties, waarvoor voor 27 november 2002 vergunning is verleend, waarvan het jaarlijks aantal bedrijfsuren niet meer bedraagt dan 500, gasturbines en gasturbine-installaties, waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW waarvan het jaarlijks aantal bedrijfsuren niet meer bedraagt dan 500 en gasturbines en gasturbine-installaties met een netto-asvermogen van niet meer dan 1 MW;
6°. stookinstallaties waarvoor emissie-eisen zijn gesteld in paragraaf 5.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
7°. bestaande stookinstallaties met een thermisch vermogen van minder dan 50 megawatt die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor tijdelijk bedrijf van niet meer dan 500 uren per jaar;
8°. installaties voor de vergassing van kolen of olie;
9°. installaties die op offshoreplatforms worden gebruikt;
10°. technische voorzieningen voor de zuivering van rookgassen door verbranding die niet als autonome stookinstallatie worden geëxploiteerd.
2. Dit besluit is niet van toepassing op een stookinstallatie waarop van toepassing is:
a. paragraaf 5.1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, of
b. paragraaf 3.2.1 van het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer .
a. zuigermotoren waarin gasolie of gasvormige brandstoffen met uitzondering van LPG, dan wel mengsels daarvan, worden gestookt, gebruikt voor de aandrijving van: 1°. een electrische generator of gascompressor in een installatie voor warmtekrachtkoppeling onderscheidenlijk in een warmtepompinstallatie, of
2°. een pomp of een compressor die continu wordt gebruikt voor het bedrijven van een installatie, welke blijkens de vergunning ontworpen is voor een jaarlijkse bedrijfstijd van tenminste 5000 uur, met uitzondering van bestaande zuigermotoren waarin het aandeel gasvormige brandstoffen in de warmte-inhoud van de toegevoerde brandstoffen minder dan 50% bedraagt en zuigermotoren die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof;
1°. een electrische generator of gascompressor in een installatie voor warmtekrachtkoppeling onderscheidenlijk in een warmtepompinstallatie, of
2°. een pomp of een compressor die continu wordt gebruikt voor het bedrijven van een installatie, welke blijkens de vergunning ontworpen is voor een jaarlijkse bedrijfstijd van tenminste 5000 uur,
b. andere stookinstallaties dan zuigermotoren, waarin brandstoffen worden gebruikt, met uitzondering van: 1°. stookinstallaties die bestemd zijn voor het drogen of behandelen van voorwerpen of materialen door middel van rechtstreeks kontakt met verbrandingsgas;
2°. cokesovens;
3°. stookinstallaties voor vloeibare of gasvormige brandstoffen met een thermisch vermogen van 0,9 MW of minder;
4°. stookinstallaties die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof;
5°. gasturbines en gasturbine-installaties, waarvoor voor 27 november 2002 vergunning is verleend, waarvan het jaarlijks aantal bedrijfsuren niet meer bedraagt dan 500, gasturbines en gasturbine-installaties, waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW waarvan het jaarlijks aantal bedrijfsuren niet meer bedraagt dan 500 en gasturbines en gasturbine-installaties met een netto-asvermogen van niet meer dan 1 MW;
6°. stookinstallaties waarvoor emissie-eisen zijn gesteld in paragraaf 5.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
7°. bestaande stookinstallaties met een thermisch vermogen van minder dan 50 megawatt die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor tijdelijk bedrijf van niet meer dan 500 uren per jaar;
8°. installaties voor de vergassing van kolen of olie;
9°. installaties die op offshoreplatforms worden gebruikt;
10°. technische voorzieningen voor de zuivering van rookgassen door verbranding die niet als autonome stookinstallatie worden geëxploiteerd.
1°. stookinstallaties die bestemd zijn voor het drogen of behandelen van voorwerpen of materialen door middel van rechtstreeks kontakt met verbrandingsgas;
2°. cokesovens;
3°. stookinstallaties voor vloeibare of gasvormige brandstoffen met een thermisch vermogen van 0,9 MW of minder;
4°. stookinstallaties die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof;
5°. gasturbines en gasturbine-installaties, waarvoor voor 27 november 2002 vergunning is verleend, waarvan het jaarlijks aantal bedrijfsuren niet meer bedraagt dan 500, gasturbines en gasturbine-installaties, waarvoor op of na 27 november 2002 vergunning is verleend, met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW waarvan het jaarlijks aantal bedrijfsuren niet meer bedraagt dan 500 en gasturbines en gasturbine-installaties met een netto-asvermogen van niet meer dan 1 MW;
6°. stookinstallaties waarvoor emissie-eisen zijn gesteld in paragraaf 5.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
7°. bestaande stookinstallaties met een thermisch vermogen van minder dan 50 megawatt die blijkens de daarvoor geldende vergunning bestemd zijn voor tijdelijk bedrijf van niet meer dan 500 uren per jaar;
8°. installaties voor de vergassing van kolen of olie;
9°. installaties die op offshoreplatforms worden gebruikt;
10°. technische voorzieningen voor de zuivering van rookgassen door verbranding die niet als autonome stookinstallatie worden geëxploiteerd.
2. Dit besluit is niet van toepassing op een stookinstallatie waarop van toepassing is:
a. paragraaf 5.1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, of
b. paragraaf 3.2.1 van het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer .