BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 31
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. De concentratie aan zwaveldioxide in rookgas wordt bij een stookinstallatie met een thermisch vermogen van 100 MW of meer bepaald door middel van continue meting.
2. In afwijking van het eerste lid is in de volgende gevallen continue meting niet verplicht en is artikel 32van overeenkomstige toepassing:
a. de stookinstallatie heeft een thermisch vermogen van minder dan 300 MW en zal na uiterlijk 10.000 bedrijfsuren, te rekenen vanaf 27 november 2002, definitief buiten bedrijf worden gesteld;
b. de stookinstallatie is een met aardgas gestookte ketelinstallatie, gasturbine of gasturbine-installatie;
c. de stookinstallatie wordt met olie gestookt, het zwavelgehalte van deze olie is bekend en de stookinstallatie heeft geen rookgasontzwavelingsinstallatie;
d. de stookinstallatie is een met biomassa gestookte ketelinstallatie en het in acht nemen van de emissie-eisen voor zwaveldioxide geschiedt uitsluitend door het stoken van biomassa met een bepaald zwavelgehalte.
2. In afwijking van het eerste lid is in de volgende gevallen continue meting niet verplicht en is artikel 32van overeenkomstige toepassing:
a. de stookinstallatie heeft een thermisch vermogen van minder dan 300 MW en zal na uiterlijk 10.000 bedrijfsuren, te rekenen vanaf 27 november 2002, definitief buiten bedrijf worden gesteld;
b. de stookinstallatie is een met aardgas gestookte ketelinstallatie, gasturbine of gasturbine-installatie;
c. de stookinstallatie wordt met olie gestookt, het zwavelgehalte van deze olie is bekend en de stookinstallatie heeft geen rookgasontzwavelingsinstallatie;
d. de stookinstallatie is een met biomassa gestookte ketelinstallatie en het in acht nemen van de emissie-eisen voor zwaveldioxide geschiedt uitsluitend door het stoken van biomassa met een bepaald zwavelgehalte.