BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 37
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. De emissie aan zwaveldioxide van een stookinstallatie die onderdeel uitmaakt van een raffinaderij wordt bepaald door:
a. continue meting indien de stookinstallatie een vermogen heeft van 100 MW of meer;
b. afzonderlijke meting indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 100 megawatt, tenzij continue meting plaatsvindt.
2. In afwijking van het eerste lid kan, indien de emissie aan zwaveldioxide van een stookinstallatie die onderdeel uitmaakt van een raffinaderij uitsluitend wordt bepaald door het zwavelgehalte van de ingezette brandstoffen, in de volgende gevallen worden volstaan met registratie in een register van de aard en de gebruikte hoeveelheden van de ingezette brandstoffen, het zwavelgehalte daarvan en alle andere gegevens die noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of aan de emissie-eisen voor zwaveldioxide is voldaan:
a. de stookinstallatie heeft een thermisch vermogen van minder dan 100 megawatt;
b. de stookinstallatie zal na uiterlijk 10.000 bedrijfsuren, te rekenen vanaf 27 november 2002, definitief buiten bedrijf worden gesteld;
c. de stookinstallatie is een ketelinstallatie, gasturbine of gasturbine-installatie die, of een procesfornuis dat met aardgas wordt gestookt;
d. de stookinstallatie wordt met olie gestookt, het zwavelgehalte van deze olie is bekend en de stookinstallatie heeft geen rookgasontzwavelingsinstallatie;
e. de stookinstallatie is een met biomassa gestookte ketelinstallatie en de houder van de inrichting waarin zich deze installatie bevindt, heeft aangetoond dat de emissie aan zwaveldioxide in geen geval hoger kan zijn dan de bij of krachtens dit besluit gestelde emissie-eisen.
3. De concentratie aan zwaveloxiden van de onderscheiden delen van een raffinaderij wordt berekend aan de hand van de met toepassing van het eerste en tweede lid verkregen gegevens, en, voor de vaststelling van de concentraties, bedoeld in artikel 18, derde lid, mede aan de hand van gegevens inzake de emissie aan zwaveloxiden afkomstig van de omzetting van zwavelwaterstof in zwavel.
4. De emissie-eisen, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder a, en derde lid, gelden als in acht genomen indien geen 24-uursgemiddelde, berekend overeenkomstig het derde lid, de waarde van de bij of krachtens dit besluit gestelde emissie-eis te boven gaat.
5. De emissie-eis, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder b, geldt als in acht genomen, indien in een kalenderjaar van de meetuitkomsten, berekend overeenkomstig het derde lid:
a. geen kalendermaandgemiddelde de waarde van de emissie-eis te boven gaat, en
b. 97% van alle 48-uursgemiddelden niet hoger is dan 110% van de waarde van de emissie-eis.
6. De emissie-eis, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder c, geldt als in acht genomen, indien in een kalenderjaar van de meetuitkomsten, berekend overeenkomstig het derde lid:
a. geen daggemiddelde hoger is dan de emissie-eis en
b. 95% van alle uurgemiddelden niet hoger is dan 200% van de waarde van de emissie-eis.
a. continue meting indien de stookinstallatie een vermogen heeft van 100 MW of meer;
b. afzonderlijke meting indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 100 megawatt, tenzij continue meting plaatsvindt.
2. In afwijking van het eerste lid kan, indien de emissie aan zwaveldioxide van een stookinstallatie die onderdeel uitmaakt van een raffinaderij uitsluitend wordt bepaald door het zwavelgehalte van de ingezette brandstoffen, in de volgende gevallen worden volstaan met registratie in een register van de aard en de gebruikte hoeveelheden van de ingezette brandstoffen, het zwavelgehalte daarvan en alle andere gegevens die noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of aan de emissie-eisen voor zwaveldioxide is voldaan:
a. de stookinstallatie heeft een thermisch vermogen van minder dan 100 megawatt;
b. de stookinstallatie zal na uiterlijk 10.000 bedrijfsuren, te rekenen vanaf 27 november 2002, definitief buiten bedrijf worden gesteld;
c. de stookinstallatie is een ketelinstallatie, gasturbine of gasturbine-installatie die, of een procesfornuis dat met aardgas wordt gestookt;
d. de stookinstallatie wordt met olie gestookt, het zwavelgehalte van deze olie is bekend en de stookinstallatie heeft geen rookgasontzwavelingsinstallatie;
e. de stookinstallatie is een met biomassa gestookte ketelinstallatie en de houder van de inrichting waarin zich deze installatie bevindt, heeft aangetoond dat de emissie aan zwaveldioxide in geen geval hoger kan zijn dan de bij of krachtens dit besluit gestelde emissie-eisen.
3. De concentratie aan zwaveloxiden van de onderscheiden delen van een raffinaderij wordt berekend aan de hand van de met toepassing van het eerste en tweede lid verkregen gegevens, en, voor de vaststelling van de concentraties, bedoeld in artikel 18, derde lid, mede aan de hand van gegevens inzake de emissie aan zwaveloxiden afkomstig van de omzetting van zwavelwaterstof in zwavel.
4. De emissie-eisen, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder a, en derde lid, gelden als in acht genomen indien geen 24-uursgemiddelde, berekend overeenkomstig het derde lid, de waarde van de bij of krachtens dit besluit gestelde emissie-eis te boven gaat.
5. De emissie-eis, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder b, geldt als in acht genomen, indien in een kalenderjaar van de meetuitkomsten, berekend overeenkomstig het derde lid:
a. geen kalendermaandgemiddelde de waarde van de emissie-eis te boven gaat, en
b. 97% van alle 48-uursgemiddelden niet hoger is dan 110% van de waarde van de emissie-eis.
6. De emissie-eis, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder c, geldt als in acht genomen, indien in een kalenderjaar van de meetuitkomsten, berekend overeenkomstig het derde lid:
a. geen daggemiddelde hoger is dan de emissie-eis en
b. 95% van alle uurgemiddelden niet hoger is dan 200% van de waarde van de emissie-eis.