BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 46
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. Ingeval met betrekking tot zware stookolie een besluit krachtens <a href="/wet/BWBR0001997/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 of 6 van de Distributiewet 1939</a>is vastgesteld en toepassing is gegeven aan <a href="/wet/BWBR0002939/artikel/5a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5a van het Besluit zwavelgehalte brandstoffen</a>, kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, voor stookinstallaties voor zware stookolie waarop artikel 12, eerste en tweede of achtste lid, of artikel 16, eerste en tweede of zesde lid, van het onderhavige besluit van toepassing is, waarden voor de toegestane uitworp van zwaveldioxide vaststellen, die voor een periode van ten hoogste zes maanden in de plaats komen van de waarden vermeld in die leden. Onze Minister neemt hierbij de voorschriften van richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PbEG L 309) in acht.
2. Het eerste lid geldt voor een andere dan een bestaande stookinstallatie slechts indien het thermisch vermogen van de stookinstallatie 50 megawatt of meer maar minder dan 300 megawatt is.
3. Een waarde als bedoeld in het eerste lid is voor stookinstallaties waarvoor een emissie-eis van 1700 mg/m 3geldt, niet hoger dan de waarde voor de uitworp van zwaveldioxide met het rookgas, die zou optreden wanneer zware stookolie wordt verbruikt met een zwavelgehalte, gelijk aan een gehalte dat is vastgesteld met toepassing van <a href="/wet/BWBR0002939/artikel/5a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5a van het Besluit zwavelgehalte brandstoffen</a>.
4. Voor stookinstallaties waarvoor een emissie-eis van 400 mg/m 3onderscheidenlijk 200 mg/m 3geldt, is de in het eerste lid bedoelde waarde niet hoger dan 15 procent van de met toepassing van het derde lid verkregen waarde.
5. Onverminderd het eerste lid vervalt een besluit krachtens het eerste lid, behoudens eerdere intrekking, twaalf weken na het tijdstip, te rekenen waarvan niet langer een besluit krachtens de <a href="/wet/BWBR0001997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Distributiewet 1939</a>, als bedoeld in het eerste lid, in werking is.
2. Het eerste lid geldt voor een andere dan een bestaande stookinstallatie slechts indien het thermisch vermogen van de stookinstallatie 50 megawatt of meer maar minder dan 300 megawatt is.
3. Een waarde als bedoeld in het eerste lid is voor stookinstallaties waarvoor een emissie-eis van 1700 mg/m 3geldt, niet hoger dan de waarde voor de uitworp van zwaveldioxide met het rookgas, die zou optreden wanneer zware stookolie wordt verbruikt met een zwavelgehalte, gelijk aan een gehalte dat is vastgesteld met toepassing van <a href="/wet/BWBR0002939/artikel/5a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5a van het Besluit zwavelgehalte brandstoffen</a>.
4. Voor stookinstallaties waarvoor een emissie-eis van 400 mg/m 3onderscheidenlijk 200 mg/m 3geldt, is de in het eerste lid bedoelde waarde niet hoger dan 15 procent van de met toepassing van het derde lid verkregen waarde.
5. Onverminderd het eerste lid vervalt een besluit krachtens het eerste lid, behoudens eerdere intrekking, twaalf weken na het tijdstip, te rekenen waarvan niet langer een besluit krachtens de <a href="/wet/BWBR0001997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Distributiewet 1939</a>, als bedoeld in het eerste lid, in werking is.