BWBR0004147
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 4
Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. Voor de berekening van de uitworp van een stookinstallatie wordt de massaconcentratie aan zwaveldioxide, stifstofoxiden of stof in het rookgas herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof van:
a. ingeval het een stookinstallatie voor vaste brandstoffen betreft: 6 procent;
b. ingeval het een andere stookinstallatie dan bedoeld onder a. betreft: 3 procent.
2. Voor de berekening van de uitworp van een stookinstallatie geldt als het volume van het rookgas het volume bij een temperatuur van 273 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal, na aftrek van het volume van het erin aanwezige water, berekend als waterdamp.
3. Voor de berekening van de uitworp van een stookinstallatie wordt de massaconcentratie aan stikstofoxiden in het rookgas berekend als massaconcentratie aan stikstofdioxide.
a. ingeval het een stookinstallatie voor vaste brandstoffen betreft: 6 procent;
b. ingeval het een andere stookinstallatie dan bedoeld onder a. betreft: 3 procent.
2. Voor de berekening van de uitworp van een stookinstallatie geldt als het volume van het rookgas het volume bij een temperatuur van 273 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal, na aftrek van het volume van het erin aanwezige water, berekend als waterdamp.
3. Voor de berekening van de uitworp van een stookinstallatie wordt de massaconcentratie aan stikstofoxiden in het rookgas berekend als massaconcentratie aan stikstofdioxide.