BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 84
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. De militair heeft na een verblijf voor dienst buiten Europa dan wel aan boord van een varend schip buiten Nederland gedurende één maand of langer achtereen, aanspraak op ontschepingsverlof van één werkdag voor elke maand dat het verblijf voor dienst buiten Europa dan wel aan boord van een varend schip buiten Nederland heeft geduurd, zulks met een maximum van 20 werkdagen.
2. Het ontschepingsverlof, bedoeld in het eerste lid, wordt aaneengesloten of in gedeelten aan de militair verleend zo spoedig mogelijk nadat hij in Nederland is teruggekeerd.
3. Aan de militair wordt na een verblijf voor dienst buiten Nederland in Europa, anders dan aan boord van een varend schip, van ten minste 6 maanden achtereen, ten hoogste 5 werkdagen ontschepingsverlof verleend.
4. De aanspraak op ontschepingsverlof dat binnen 12 maanden na terugkeer niet is genoten, vervalt. Het hoofd defensieonderdeel kan bepalen dat het ontschepingsverlof alsnog na het verstrijken van dat tijdvak wordt verleend, indien naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden, verband houdende met de dienst, het verlenen van ontschepingsverlof aan de betrokken militair binnen dat tijdvak hebben belet.
2. Het ontschepingsverlof, bedoeld in het eerste lid, wordt aaneengesloten of in gedeelten aan de militair verleend zo spoedig mogelijk nadat hij in Nederland is teruggekeerd.
3. Aan de militair wordt na een verblijf voor dienst buiten Nederland in Europa, anders dan aan boord van een varend schip, van ten minste 6 maanden achtereen, ten hoogste 5 werkdagen ontschepingsverlof verleend.
4. De aanspraak op ontschepingsverlof dat binnen 12 maanden na terugkeer niet is genoten, vervalt. Het hoofd defensieonderdeel kan bepalen dat het ontschepingsverlof alsnog na het verstrijken van dat tijdvak wordt verleend, indien naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden, verband houdende met de dienst, het verlenen van ontschepingsverlof aan de betrokken militair binnen dat tijdvak hebben belet.