BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 5
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. Om in aanmerking te komen voor een aanstelling dient de gegadigde:
a. het Nederlanderschap te bezitten;
b. te voldoen aan de eisen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid die ter zake zijn gesteld bij of krachtens het Militair Keuringsreglement;
c. zich schriftelijk bereid te verklaren tot het afleggen van de eed of belofte;
d. afhankelijk van de functie dan wel de groepen van functies waarvoor hij is bestemd te voldoen aan, voor zover niet bij of krachtens wet anders is bepaald, door de commandant operationeel commando vastgestelde bijzondere eisen inzake: 1°. vooropleiding;
2°. geschiktheid, anders dan bedoeld onder b, en bekwaamheid.
1°. vooropleiding;
2°. geschiktheid, anders dan bedoeld onder b, en bekwaamheid.
2. Wanneer aan de aanstelling een proeftijd is verbonden, kan in bijzondere gevallen worden afgeweken van de bij en krachtens het eerste lid, onder a, b en d, gestelde voorwaarden, indien in redelijkheid mag worden verwacht dat vóór het einde van de proeftijd wel aan de voorwaarden is voldaan. Indien op de laatste dag van de proeftijd niet is voldaan aan alle voorwaarden voor aanstelling, eindigt met ingang van die dag de aanstelling van rechtswege.
3. De gegadigde kan alleen worden aangesteld als ten diens aanzien in verband met de voorgenomen aanstelling een verklaring als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008277/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken</a>is afgegeven.
a. het Nederlanderschap te bezitten;
b. te voldoen aan de eisen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid die ter zake zijn gesteld bij of krachtens het Militair Keuringsreglement;
c. zich schriftelijk bereid te verklaren tot het afleggen van de eed of belofte;
d. afhankelijk van de functie dan wel de groepen van functies waarvoor hij is bestemd te voldoen aan, voor zover niet bij of krachtens wet anders is bepaald, door de commandant operationeel commando vastgestelde bijzondere eisen inzake: 1°. vooropleiding;
2°. geschiktheid, anders dan bedoeld onder b, en bekwaamheid.
1°. vooropleiding;
2°. geschiktheid, anders dan bedoeld onder b, en bekwaamheid.
2. Wanneer aan de aanstelling een proeftijd is verbonden, kan in bijzondere gevallen worden afgeweken van de bij en krachtens het eerste lid, onder a, b en d, gestelde voorwaarden, indien in redelijkheid mag worden verwacht dat vóór het einde van de proeftijd wel aan de voorwaarden is voldaan. Indien op de laatste dag van de proeftijd niet is voldaan aan alle voorwaarden voor aanstelling, eindigt met ingang van die dag de aanstelling van rechtswege.
3. De gegadigde kan alleen worden aangesteld als ten diens aanzien in verband met de voorgenomen aanstelling een verklaring als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008277/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken</a>is afgegeven.