BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 69
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. De militair ingedeeld bij de Koninklijke marine die niet gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft - behalve indien hij in dienst is gekomen voor een periode van minder dan 85 dagen - over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof:
a. indien hij in dienst is getreden: (1). vóór 1 juni: op het in het vorige artikel bedoelde zomer- en winterverlof;
(2). op of na 1 juni doch vóór 1 november: op het in het vorige artikel bedoelde winterverlof;
(1). vóór 1 juni: op het in het vorige artikel bedoelde zomer- en winterverlof;
(2). op of na 1 juni doch vóór 1 november: op het in het vorige artikel bedoelde winterverlof;
b. indien hij de dienst zal verlaten: (1). vóór 1 juni: op een vijfde deel van het in het vorige artikel bedoelde aantal uren zomerverlof voor elke kalendermaand dat hij in werkelijke dienst zal zijn;
(2). in het tijdvak van 1 juni tot en met 31 augustus: op het in het vorige artikel bedoelde zomerverlof;
(3). in het tijdvak van 1 september tot en met 30 november: op het in het vorige artikel bedoelde zomerverlof alsmede op een derde deel van het in het vorige artikel bedoelde aantal uren winterverlof voor elke kalendermaand dat hij na 31 augustus in werkelijke dienst zal zijn;
(4). op of na 1 december: op het in het vorige artikel bedoelde zomer- en winterverlof;
(1). vóór 1 juni: op een vijfde deel van het in het vorige artikel bedoelde aantal uren zomerverlof voor elke kalendermaand dat hij in werkelijke dienst zal zijn;
(2). in het tijdvak van 1 juni tot en met 31 augustus: op het in het vorige artikel bedoelde zomerverlof;
(3). in het tijdvak van 1 september tot en met 30 november: op het in het vorige artikel bedoelde zomerverlof alsmede op een derde deel van het in het vorige artikel bedoelde aantal uren winterverlof voor elke kalendermaand dat hij na 31 augustus in werkelijke dienst zal zijn;
(4). op of na 1 december: op het in het vorige artikel bedoelde zomer- en winterverlof;
c. op een twaalfde deel van het in het vorige artikel, eerste lid onder c, bedoelde vakantieverlof, voor elke maand dat hij in werkelijke dienst zal zijn.
2. In afwijking van het eerste lid kan aan de militair niettemin het in artikel 68 bedoelde zomer- en winterverlof worden verleend, indien de eenheid waar hij metterdaad dienst verricht gedurende de verlofperiode wordt gesloten.
3. Het tweede en derde lid van artikel 68 zijn van toepassing.
a. indien hij in dienst is getreden: (1). vóór 1 juni: op het in het vorige artikel bedoelde zomer- en winterverlof;
(2). op of na 1 juni doch vóór 1 november: op het in het vorige artikel bedoelde winterverlof;
(1). vóór 1 juni: op het in het vorige artikel bedoelde zomer- en winterverlof;
(2). op of na 1 juni doch vóór 1 november: op het in het vorige artikel bedoelde winterverlof;
b. indien hij de dienst zal verlaten: (1). vóór 1 juni: op een vijfde deel van het in het vorige artikel bedoelde aantal uren zomerverlof voor elke kalendermaand dat hij in werkelijke dienst zal zijn;
(2). in het tijdvak van 1 juni tot en met 31 augustus: op het in het vorige artikel bedoelde zomerverlof;
(3). in het tijdvak van 1 september tot en met 30 november: op het in het vorige artikel bedoelde zomerverlof alsmede op een derde deel van het in het vorige artikel bedoelde aantal uren winterverlof voor elke kalendermaand dat hij na 31 augustus in werkelijke dienst zal zijn;
(4). op of na 1 december: op het in het vorige artikel bedoelde zomer- en winterverlof;
(1). vóór 1 juni: op een vijfde deel van het in het vorige artikel bedoelde aantal uren zomerverlof voor elke kalendermaand dat hij in werkelijke dienst zal zijn;
(2). in het tijdvak van 1 juni tot en met 31 augustus: op het in het vorige artikel bedoelde zomerverlof;
(3). in het tijdvak van 1 september tot en met 30 november: op het in het vorige artikel bedoelde zomerverlof alsmede op een derde deel van het in het vorige artikel bedoelde aantal uren winterverlof voor elke kalendermaand dat hij na 31 augustus in werkelijke dienst zal zijn;
(4). op of na 1 december: op het in het vorige artikel bedoelde zomer- en winterverlof;
c. op een twaalfde deel van het in het vorige artikel, eerste lid onder c, bedoelde vakantieverlof, voor elke maand dat hij in werkelijke dienst zal zijn.
2. In afwijking van het eerste lid kan aan de militair niettemin het in artikel 68 bedoelde zomer- en winterverlof worden verleend, indien de eenheid waar hij metterdaad dienst verricht gedurende de verlofperiode wordt gesloten.
3. Het tweede en derde lid van artikel 68 zijn van toepassing.