BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 111
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. De niet in werkelijke dienst verblijvende militair en de gewezen militair die in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen moeten reizen teneinde te voldoen van een oproep van het bevoegde gezag, dan wel in verband met het verwezenlijken van aanspraken op grond van artikel 104, hebben volgens bij ministeriële regeling te stellen regels aanspraak op vervoer voor rekening van het Rijk alsmede op een tegemoetkoming in de noodzakelijk gemaakte verblijfkosten, voor zover zij hierop niet uit anderen hoofde aanspraak kunnen doen gelden.
2. Indien een militair of een gewezen militair, als bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de functionaris, bij wie hij zich moet vervoegen, niet alleen kan reizen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op degene die hem begeleidt.
2. Indien een militair of een gewezen militair, als bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de functionaris, bij wie hij zich moet vervoegen, niet alleen kan reizen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op degene die hem begeleidt.