BWBR0003482
Geldig vanaf 26-08-2026
Artikel 30
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. Onze Minister stelt in overleg met elke manschap en korporaal een individueel en bindend ontwikkel- en begeleidingstraject op.
2. In het ontwikkel- en begeleidingstraject wordt ten minste aandacht besteed aan aspecten als de noodzakelijke om- en bijscholing, de doorstroom, bedoeld in artikel 31, eerste lid of 32, eerste lid, alsmede het al dan niet op eigen verzoek plaatsen op andere functies.
3. De afspraken uit het ontwikkel- en begeleidingstraject worden vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelplanformulier, genoemd in artikel 28a, vierde lid, en zijn bindend voor zowel de militair als de organisatie.
4. Manschappen of korporaals die een betrekking intern Defensie als burgerambtenaar of als militair bij een ander operationeel commando, of een betrekking extern Defensie ambiëren, kunnen op hun aanvraag door zorg van de organisatie-eenheid belast met de externe bemiddeling van militairen, gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden, bij deze overgang bemiddeld en begeleid worden.
5. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel.
2. In het ontwikkel- en begeleidingstraject wordt ten minste aandacht besteed aan aspecten als de noodzakelijke om- en bijscholing, de doorstroom, bedoeld in artikel 31, eerste lid of 32, eerste lid, alsmede het al dan niet op eigen verzoek plaatsen op andere functies.
3. De afspraken uit het ontwikkel- en begeleidingstraject worden vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelplanformulier, genoemd in artikel 28a, vierde lid, en zijn bindend voor zowel de militair als de organisatie.
4. Manschappen of korporaals die een betrekking intern Defensie als burgerambtenaar of als militair bij een ander operationeel commando, of een betrekking extern Defensie ambiëren, kunnen op hun aanvraag door zorg van de organisatie-eenheid belast met de externe bemiddeling van militairen, gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden, bij deze overgang bemiddeld en begeleid worden.
5. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel.
- Citeren als
- Art. 30
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003482
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl