BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 64
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. De dagen gedurende welke een militair, ware hij niet met verlof geweest, verhinderd zou zijn geweest arbeid te verrichten wegens ziekte of een ongeval, worden niet aangemerkt als verlof indien hij aan de commandant een schriftelijke verklaring van de behandelend arts van de militaire geneeskundige dienst, of een andere arts indien geen arts van de militaire geneeskundige dienst voorhanden is, heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij niet in staat was om verlof te genieten.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing voor de dagen waarop buitengewoon verlof als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001952/artikel/12c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12c, tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931</a>of artikel 86, aanhef en onder bvan dit besluit wordt genoten.
3. Wanneer een militair tijdens een hem verleend vakantieverlof, inschepings- of ontschepingsverlof aanspraak kan maken op buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 85of buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg als bedoeld in paragraaf 4b, wordt het vakantieverlof, inschepings- of ontschepingsverlof als niet verleend verlof aangemerkt, maar, met inachtneming van artikel 85, tweede lid, onderscheidenlijk paragraaf 4bals buitengewoon verlof dan wel buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg aangemerkt, mits hij de commandant, tijdig van de reden voor dat buitengewoon verlof in kennis heeft gesteld.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing voor de dagen waarop buitengewoon verlof als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001952/artikel/12c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12c, tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931</a>of artikel 86, aanhef en onder bvan dit besluit wordt genoten.
3. Wanneer een militair tijdens een hem verleend vakantieverlof, inschepings- of ontschepingsverlof aanspraak kan maken op buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 85of buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg als bedoeld in paragraaf 4b, wordt het vakantieverlof, inschepings- of ontschepingsverlof als niet verleend verlof aangemerkt, maar, met inachtneming van artikel 85, tweede lid, onderscheidenlijk paragraaf 4bals buitengewoon verlof dan wel buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg aangemerkt, mits hij de commandant, tijdig van de reden voor dat buitengewoon verlof in kennis heeft gesteld.