BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 96
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. De militair in werkelijke dienst die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de <a href="/wet/BWBR0009684" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Infectieziektenwet</a>bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, mag de militair geen dienst verrichten en heeft hij geen toegang tot de plaats van zijn tewerkstelling dan met toestemming gegeven door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of vanwege deze dienst gegeven aanwijzingen, welke mede kunnen bestaan in een verbod om zich naar een eenheid of onderdeel van de krijgsmacht te begeven.
3. Indien een militair krachtens het tweede lid geen dienst mag verrichten, wordt hij voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht wegens ziekte verhinderd te zijn tot dienstverrichting.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, mag de militair geen dienst verrichten en heeft hij geen toegang tot de plaats van zijn tewerkstelling dan met toestemming gegeven door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of vanwege deze dienst gegeven aanwijzingen, welke mede kunnen bestaan in een verbod om zich naar een eenheid of onderdeel van de krijgsmacht te begeven.
3. Indien een militair krachtens het tweede lid geen dienst mag verrichten, wordt hij voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht wegens ziekte verhinderd te zijn tot dienstverrichting.