BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 74
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. De militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee die niet gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft - behalve indien hij in dienst is gekomen voor een periode van minder dan 85 dagen - over dat jaar aanspraak op het in het vorige artikel bedoelde vakantieverlof, vastgesteld naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hij in dat jaar in werkelijke dienst is.
2. Voor de toepassing van het vorige lid is bepalend:
a. indien de militair in de loop van het kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst komt: de rang of stand die hij op het tijdstip van indiensttreding bekleedt;
b. indien de militair in de loop van het kalenderjaar de werkelijke dienst verlaat: de rang of stand die hij op 1 januari van dat kalenderjaar bekleedt.
2. Voor de toepassing van het vorige lid is bepalend:
a. indien de militair in de loop van het kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst komt: de rang of stand die hij op het tijdstip van indiensttreding bekleedt;
b. indien de militair in de loop van het kalenderjaar de werkelijke dienst verlaat: de rang of stand die hij op 1 januari van dat kalenderjaar bekleedt.