BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 29a
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder soldaten: bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht: soldaten der 1 e, 2 een 3 eklasse.
2. Voor soldaten bedraagt de maximum looptijd in rang in totaal acht jaren.
3. Ten aanzien van soldaten wordt uiterlijk twee jaar voor het verstrijken van de periode van de maximum looptijd in rang, door Onze Minister besloten of hij tijdens de resterende periode kan worden bevorderd naar een hogere rang, als bedoeld in artikel 29ben 29c.
4. Onze Minister besluit over de bevordering naar een hogere rang, genoemd in het derde lid, op basis van:
a. de beschikbare functies;
b. het aantal militairen dat de hogere rang mag bekleden, genoemd in artikel 29 en
c. de geschiktheid van de militair voor functievervulling in de hogere rang.
5. Soldaten komen niet in aanmerking voor doorstroom naar functievervulling in fase drie.
6. Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke functiegroepen nadere regels worden gesteld over een afwijkende maximale looptijd in rang. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies binnen die functiegroep in samenhang met de arbeidsmarktpositie van de militairen, behorende tot de aan te wijzen functiegroep.
2. Voor soldaten bedraagt de maximum looptijd in rang in totaal acht jaren.
3. Ten aanzien van soldaten wordt uiterlijk twee jaar voor het verstrijken van de periode van de maximum looptijd in rang, door Onze Minister besloten of hij tijdens de resterende periode kan worden bevorderd naar een hogere rang, als bedoeld in artikel 29ben 29c.
4. Onze Minister besluit over de bevordering naar een hogere rang, genoemd in het derde lid, op basis van:
a. de beschikbare functies;
b. het aantal militairen dat de hogere rang mag bekleden, genoemd in artikel 29 en
c. de geschiktheid van de militair voor functievervulling in de hogere rang.
5. Soldaten komen niet in aanmerking voor doorstroom naar functievervulling in fase drie.
6. Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke functiegroepen nadere regels worden gesteld over een afwijkende maximale looptijd in rang. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies binnen die functiegroep in samenhang met de arbeidsmarktpositie van de militairen, behorende tot de aan te wijzen functiegroep.