BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 31
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. Onze Minister besluit in beginsel binnen uiterlijk zes weken na ontvangst van de voordracht, genoemd in artikel 30, eerste lid, of de aanvraag, genoemd in artikel 30, derde lid, op basis van:
a. de beschikbare functies;
b. het aantal militairen dat een bepaalde rang mag bekleden, genoemd in artikel 29 en
c. de geschiktheid van de militair voor functievervulling in fase drie.
2. Bij de bepaling van de geschiktheid van de militair, bedoeld in het eerste lid, onder c worden ten minste in beschouwing genomen:
a. het verloop van het gevolgde loopbaanpad;
b. de uitkomst van functioneringsgesprekken en beoordelingen;
c. de gevolgde opleidingen;
d. de uitkomst van loopbaangesprekken;
e. de mate waarin de militair voldoet aan de eisen voor functievervulling in fase 3.
3. In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen kan worden afgeweken van de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken tot een maximum van tien weken.
4. In het in het eerste lid genoemde besluit wordt de militair meegedeeld dat hij:
a. doorstroomt naar fase 3;
b. nog niet doorstroomt naar fase drie;
c. niet doorstroomt naar fase drie.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
a. de beschikbare functies;
b. het aantal militairen dat een bepaalde rang mag bekleden, genoemd in artikel 29 en
c. de geschiktheid van de militair voor functievervulling in fase drie.
2. Bij de bepaling van de geschiktheid van de militair, bedoeld in het eerste lid, onder c worden ten minste in beschouwing genomen:
a. het verloop van het gevolgde loopbaanpad;
b. de uitkomst van functioneringsgesprekken en beoordelingen;
c. de gevolgde opleidingen;
d. de uitkomst van loopbaangesprekken;
e. de mate waarin de militair voldoet aan de eisen voor functievervulling in fase 3.
3. In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen kan worden afgeweken van de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken tot een maximum van tien weken.
4. In het in het eerste lid genoemde besluit wordt de militair meegedeeld dat hij:
a. doorstroomt naar fase 3;
b. nog niet doorstroomt naar fase drie;
c. niet doorstroomt naar fase drie.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.