BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 113
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. In geval van verpleging in een zieken- of verplegingsinrichting van een militair in werkelijke dienst kan aan diens naaste betrekkingen een tegemoetkoming worden verleend in de kosten van vervoer en van verblijf ter zake van reizen die zij tot het bezoeken van de militair hebben gemaakt.
2. In geval van overlijden van een militair in werkelijke dienst kan aan diens naaste betrekkingen een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid worden verleend ter zake van reizen die zij tot het bezoeken van het stoffelijk overschot hebben gemaakt.
3. Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste en tweede lid kan in de aldaar bedoelde gevallen eveneens worden verleend aan de naaste betrekkingen van de niet in werkelijke dienst verblijvende militair of van de gewezen militair die wordt of - ten tijde van zijn overlijden - werd verpleegd in een zieken- of verplegingsinrichting.
4. Indien de betrekkingen van de militair of de gewezen militair, in dit artikel, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel niet alleen kunnen reizen, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op degene die hen begeleidt.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het verlenen van de tegemoetkoming bedoeld in dit artikel.
2. In geval van overlijden van een militair in werkelijke dienst kan aan diens naaste betrekkingen een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid worden verleend ter zake van reizen die zij tot het bezoeken van het stoffelijk overschot hebben gemaakt.
3. Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste en tweede lid kan in de aldaar bedoelde gevallen eveneens worden verleend aan de naaste betrekkingen van de niet in werkelijke dienst verblijvende militair of van de gewezen militair die wordt of - ten tijde van zijn overlijden - werd verpleegd in een zieken- of verplegingsinrichting.
4. Indien de betrekkingen van de militair of de gewezen militair, in dit artikel, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel niet alleen kunnen reizen, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op degene die hen begeleidt.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het verlenen van de tegemoetkoming bedoeld in dit artikel.