BWBR0003165
Geldig vanaf 1978-07-01
Artikel 6
Algemeen EEG-IJkbesluit
1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, kan de EEG-modelgoedkeuring worden verleend voor een model van een meetmiddel bij de vervaardiging waarvan nieuwe technieken die niet zijn voorzien in de voor de betrokken categorie meetmiddelen krachtens artikel 28, tweede lid, gegeven algemene ijktechnische voorschriften, worden toegepast, ten gevolge waarvan het betrokken meetmiddel niet kan voldoen aan die voorschriften.
2. Voor een model als bedoeld in het eerste lid kan de EEG-modelgoedkeuring niet worden verleend dan met verbinding daaraan van het voorschrift dat de plaatsen van opstelling van naar het model vervaardigde meetmiddelen schriftelijk aan de ijkinstelling moeten worden medegedeeld.
3. Voor een model als bedoeld in het eerste lid kan de EEG-modelgoedkeuring worden verleend onder beperking:
a. van het aantal meetmiddelen, dat bij de eerste EEG-ijk kan worden goedgekeurd,
b. van het gebruik van naar het model vervaardigde meetmiddelen of
c. van de in artikel 11, eerste lid, bepaalde geldigheidsduur van die EEG-modelgoedkeuring.
4. Onze Minister kan in afwijking van het derde lid ten aanzien van een door hem aangewezen categorie van meetmiddelen bepalen, dat de EEG-modelgoedkeuring voor een model als bedoeld in het eerste lid niet kan worden verleend dan onder één of meer van de door hem daartoe aangewezen beperkingen, bedoeld in het derde lid, en kan daarbij regelen omtrent de omvang van die beperkingen stellen.
5. Bij de EEG-modelgoedkeuring van een model als bedoeld in het eerste lid worden door de ijkinstelling in verband met de nieuwe technieken die bij de vervaardiging van de betrokken meetmiddelen worden toegepast, specifieke ijktechnische voorschriften gesteld, waaraan naar dat model vervaardigde meetmiddelen moeten voldoen.
6. Voor een model als bedoeld in het eerste lid wordt de EEG-modelgoedkeuring niet verleend, indien niet de redelijke verwachting bestaat dat naar dat model vervaardigde meetmiddelen zullen beantwoorden aan het ter zake van de maximaal toelaatbare fouten bepaalde in de voor de betrokken categorie meetmiddelen gegeven algemene ijktechnische voorschriften.
7. Voor een model van een meetmiddel als bedoeld in het eerste lid wordt de EEG-modelgoedkeuring niet verleend dan na overleg met de bevoegde organen van de andere EER-Staten.
8. Het voorschrift en de beperkingen, bedoeld in het tweede en derde lid, en de specifieke ijktechnische voorschriften bedoeld in het vijfde lid, worden onderscheidenlijk ingetrokken of opgeheven, zodra de redelijke verwachting als in artikel 3bedoeld kan worden uitgesproken. De ijkinstelling deelt een zodanig besluit schriftelijk mede aan degene op wiens naam het met betrekking tot het goedgekeurde model afgegeven certificaat van EEG-modelgoedkeuring als in artikel 7, eerste lid, bedoeld is gesteld; die mededeling wordt vervat in een aanvulling op dat certificaat.
2. Voor een model als bedoeld in het eerste lid kan de EEG-modelgoedkeuring niet worden verleend dan met verbinding daaraan van het voorschrift dat de plaatsen van opstelling van naar het model vervaardigde meetmiddelen schriftelijk aan de ijkinstelling moeten worden medegedeeld.
3. Voor een model als bedoeld in het eerste lid kan de EEG-modelgoedkeuring worden verleend onder beperking:
a. van het aantal meetmiddelen, dat bij de eerste EEG-ijk kan worden goedgekeurd,
b. van het gebruik van naar het model vervaardigde meetmiddelen of
c. van de in artikel 11, eerste lid, bepaalde geldigheidsduur van die EEG-modelgoedkeuring.
4. Onze Minister kan in afwijking van het derde lid ten aanzien van een door hem aangewezen categorie van meetmiddelen bepalen, dat de EEG-modelgoedkeuring voor een model als bedoeld in het eerste lid niet kan worden verleend dan onder één of meer van de door hem daartoe aangewezen beperkingen, bedoeld in het derde lid, en kan daarbij regelen omtrent de omvang van die beperkingen stellen.
5. Bij de EEG-modelgoedkeuring van een model als bedoeld in het eerste lid worden door de ijkinstelling in verband met de nieuwe technieken die bij de vervaardiging van de betrokken meetmiddelen worden toegepast, specifieke ijktechnische voorschriften gesteld, waaraan naar dat model vervaardigde meetmiddelen moeten voldoen.
6. Voor een model als bedoeld in het eerste lid wordt de EEG-modelgoedkeuring niet verleend, indien niet de redelijke verwachting bestaat dat naar dat model vervaardigde meetmiddelen zullen beantwoorden aan het ter zake van de maximaal toelaatbare fouten bepaalde in de voor de betrokken categorie meetmiddelen gegeven algemene ijktechnische voorschriften.
7. Voor een model van een meetmiddel als bedoeld in het eerste lid wordt de EEG-modelgoedkeuring niet verleend dan na overleg met de bevoegde organen van de andere EER-Staten.
8. Het voorschrift en de beperkingen, bedoeld in het tweede en derde lid, en de specifieke ijktechnische voorschriften bedoeld in het vijfde lid, worden onderscheidenlijk ingetrokken of opgeheven, zodra de redelijke verwachting als in artikel 3bedoeld kan worden uitgesproken. De ijkinstelling deelt een zodanig besluit schriftelijk mede aan degene op wiens naam het met betrekking tot het goedgekeurde model afgegeven certificaat van EEG-modelgoedkeuring als in artikel 7, eerste lid, bedoeld is gesteld; die mededeling wordt vervat in een aanvulling op dat certificaat.