BWBR0003165
Geldig vanaf 1978-07-01
Artikel 19
Algemeen EEG-IJkbesluit
1. De eerste EEG-ijk geschiedt ten aanzien van meetmiddelen, waarvan de juiste werking afhangt van omstandigheden met betrekking tot de opstelling of het gebruik, in meer dan één fase en geschiedt ten aanzien van de overige meetmiddelen in één fase, een en ander voor zover Onze Minister niet anders heeft bepaald.
2. Bij de eerste EEG-ijk in meer fasen wordt een meetmiddel, dat is goedgekeurd:
a. bij een fase - niet zijnde de slotfase - ten bewijze daarvan voorzien van het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk;
b. bij de slotfase, ten bewijze daarvan voorzien van het uit twee delen bestaande ijkmerk van eerste EEG-ijk door het aanbrengen van hetzij het tweede deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk, hetzij de beide delen van dat ijkmerk.
3. Onze Minister kan de plaats of plaatsen bepalen waar de eerste EEG-ijk en, voor zover het de eerste EEG-ijk in meer fasen betreft, die fasen, met uitzondering van de slotfase, geschieden; de slotfase van de eerste EEG-ijk geschiedt ter plaatse van opstelling van het meetmiddel.
2. Bij de eerste EEG-ijk in meer fasen wordt een meetmiddel, dat is goedgekeurd:
a. bij een fase - niet zijnde de slotfase - ten bewijze daarvan voorzien van het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk;
b. bij de slotfase, ten bewijze daarvan voorzien van het uit twee delen bestaande ijkmerk van eerste EEG-ijk door het aanbrengen van hetzij het tweede deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk, hetzij de beide delen van dat ijkmerk.
3. Onze Minister kan de plaats of plaatsen bepalen waar de eerste EEG-ijk en, voor zover het de eerste EEG-ijk in meer fasen betreft, die fasen, met uitzondering van de slotfase, geschieden; de slotfase van de eerste EEG-ijk geschiedt ter plaatse van opstelling van het meetmiddel.