BWBR0003165
Geldig vanaf 1978-07-01
Artikel 38
Algemeen EEG-IJkbesluit
1. Van de herkeuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, onder a, van de wet, zijn vrijgesteld de bij artikel 2, eerste lid, van het onderhavige besluit aangewezen meetmiddelen, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of die kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest, een en ander met uitzondering van de meetmiddelen aangewezen bij artikel 2, eerste lid, onder b.en onder c, 6°.
2. De herkeuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, onder a, van de wet, geschiedt bij taxameters, aangewezen in artikel 2, eerste lid, onder c, 6°, niet eerder dan na verloop van twee jaren na goedkeuring van de taxameter bij de eerste EEG-ijk.
3. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de gegevens, die ten aanzien van meetmiddelen, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest, bij de aanvraag tot de in artikel 11, vierde lid, van de wet bedoelde herkeuring moeten worden overgelegd, en kan bepalen, dat vorenomschreven meetmiddelen, ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 18, zevende lid, onder a, voor die herkeuring moeten worden aangeboden in de verpakking, waarin zij voor de eerste EEG-ijk zijn aangeboden.
4. Ten aanzien van de herkeuring van de bij artikel 2, eerste lid, onder b, aangewezen meetmiddelen is het bepaalde in artikel 11 van het IJkreglementvan toepassing.
5. Ten aanzien van bij artikel 2, eerste lid, onder b, aangewezen meetmiddelen, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest, en ter voldoening aan artikel 11, vierde lid, onder a, van de wet ter herkeuring worden aangeboden, is het bepaalde in de artikelen 12en 15 van het IJkreglementvan overeenkomstige toepassing.
6. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de voor de herkeuring door de aanvrager daarvan of de eigenaar of de houder van het betrokken meetmiddel te verlenen medewerking.
7. Onverminderd artikel 25 van de wet kan de herkeuring van meetmiddelen, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest, worden geweigerd of beëindigd, indien de aanvrager niet voldoet aan de krachtens het tweede lid gestelde regelen.
2. De herkeuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, onder a, van de wet, geschiedt bij taxameters, aangewezen in artikel 2, eerste lid, onder c, 6°, niet eerder dan na verloop van twee jaren na goedkeuring van de taxameter bij de eerste EEG-ijk.
3. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de gegevens, die ten aanzien van meetmiddelen, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest, bij de aanvraag tot de in artikel 11, vierde lid, van de wet bedoelde herkeuring moeten worden overgelegd, en kan bepalen, dat vorenomschreven meetmiddelen, ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 18, zevende lid, onder a, voor die herkeuring moeten worden aangeboden in de verpakking, waarin zij voor de eerste EEG-ijk zijn aangeboden.
4. Ten aanzien van de herkeuring van de bij artikel 2, eerste lid, onder b, aangewezen meetmiddelen is het bepaalde in artikel 11 van het IJkreglementvan toepassing.
5. Ten aanzien van bij artikel 2, eerste lid, onder b, aangewezen meetmiddelen, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest, en ter voldoening aan artikel 11, vierde lid, onder a, van de wet ter herkeuring worden aangeboden, is het bepaalde in de artikelen 12en 15 van het IJkreglementvan overeenkomstige toepassing.
6. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de voor de herkeuring door de aanvrager daarvan of de eigenaar of de houder van het betrokken meetmiddel te verlenen medewerking.
7. Onverminderd artikel 25 van de wet kan de herkeuring van meetmiddelen, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest, worden geweigerd of beëindigd, indien de aanvrager niet voldoet aan de krachtens het tweede lid gestelde regelen.